zondag 31 mei 2009

Reizen

De tekst hieronder is alweer van een week geleden. Intussen zijn we doorgereisd naar Hue via Hoi An, de kleermakersstad aan het mooiste strand van Vietnam (op Phu Quoc na).Van Hue hebben we nog weinig gezien, maar we zijn wel naar de grens tussen het voormalige Noord- en Zuid-Vietnam geweest. Het slagveld dus. Daarover misschien later meer, eerst de eerste reisdagen:

Reizen! Eindelijk. Heel anders dan wonen in een land. Ons eerste reisdoel was Sai Gon (Ho Chi Minh City) en het contrast kon niet groter. In de backpackerswijk, waar we een klein guest house hadden uitgezocht, lopen alle nationaliteiten rond, behalve Vietnamezen. In Can Tho hebben we amper iemand van het Kaukasich ras ontmoet, laat staan een Afrikaan. In Sai Gon geen probleem. De Vietnamezen die je tegenkomt spreken Engels als geen ander en herkennen ons gebrabbel onmiddelijk als Nederlands. Als je er ook maar 1 Vietnamees woord uitgooit, zijn ze totaal van het stuk gebracht en beginnen ze hard te lachen. Maar voor een paar dollar hebben er wel een kamer met een warme douche (wordt je toch echt schoner van dan van koude douches). Kortom: Sai Gon is toeristisch!

Lang zijn we er niet gebleven. (Na een zijde broek te hebben laten maken voor 7 dollar, veel geld! (in vergelijking met Can Tho is alles duur)) hebben we de bus naar Da Lat genomen... en dat is prachtig. Een klein bergstadje (lekker koel) dat in de oorlog gespaard is gebleven en er dus nog uitziet als een Franse kolonie, maar dan bewoond door Vietnamezen met hun kegelvormige hoeden van bananenbladeren en drommen scooters. Het is er gemoedelijk. Als je er Vietnamees praat antwoorden ze gewoon. Samen met een Nederlands koppel en een Israelier hebben we er op scooters een paar dagen rondgetourd, naar watervallen, kabelbanen, borduurdorpjes, pagoda's en valleien. Samen met diezelfde mensen zitten we nu in een schattig familiehosteltje in Nha Trang, het beach-oord van Vietnam. Veel minder mooi, maar je kunt er wel snorkelen.

Helaas is het weer wederom veel regenachtiger en warmer dan elke reisgids je belooft (er is sowieso sprake van een wereldwijde klimaatverandering. Overal hetzelfde: Ghana, Noord en Zuid, Can Tho, Phu Quoc, regen, regen en regen, in de maanden dat er volgens de boekjes geen druppel zou vallen).

Vandaag hadden we dus een verwaterde boottrip, maar t leverde wel een totaal surreeele situatie op. Picture this: een blauwe zee, een paar tropische eilanden met daartussenin een felblauw-oranje boot waarop zich een verzameling Vietnamese, Nederlandse en Australische toeristen met een dronken reisleider bevindt (we hadden ons iets heel anders van de trip voorgesteld). Ze hebben met z'n allen net een uur stilgelegen aan een strand waar van hen verwacht werd een strandstoel te huren voor 20.000 dong (vonden wij belachelijk). Maar het regende. Toch bleef de boot liggen. Het regende de boot in en het dak begon langzaam te lekken. Paraplu's werden uitgeklapt, een Vietnamees meisje begon te huilen, de Nederlanders deden hun best een boek te lezen. Omdat de Nederlanders de dronken reisleider uiteindelijk daartoe hadden overgehaald, varen ze nu naar huis. Plotseling schalt uit hun speakers 'Angels', van Robby Williams. De hele boot zingt mee.

Morgen gaan de eeuwenoude Cham-torens en een Franse kathedraal bezoeken.
Ellen

P.S. Al die beloofde blogs over andere projecten schieten er even bijin. Iedereen die razend nieuwsgierig was geworden, moet er maar naar vragen als ik weer in Nederland ben.. Of skypen. Of gmailchatten.

Chamtorens zijn indrukwekkend en kathedralen vallen hier tegen. Hoi An is de mooiste stad van het land (lampionnetjes, gele gepleisterde huizen die perfect matchen bij de zonbeschenen modderrivier, met houten balkons in Franse, Chinese en en Japanse stijl. Geen auto's, geen scooters, zelfs geen fietsen in het centrum. En overal kleermakers. Ik heb een winterjas, een jurkje, een rokje en schoenen op maat laten maken, dat alles voor zo'n 50 euro).

De groeten uit Hue.

donderdag 14 mei 2009

Queen's Day in Viet Nam

Op 30 april wordt in Vietnam de dag van de hereniging van Noord en Zuid, en daarme de onafhankelijkheid van het Zuiden gevierd. Een overwinning van de communisten.


Van deze dag hebben we vorige week weinig gemerkt, tot de 's avonds het epicentrum van de feestelijkheden opzochten.


Op de grootste rotonde van de stad (vergelijkbaar met het Keizer-Karelplein in Nijmegen) was een groot podium gebouwd, en de halve stad stond - op scooters - aan een kant van plein verzameld. Toen ik aankwam was er een soort zangwedstrijd aan de gang, maar even later kwam er een presentatiectrice een dansgroep uit Sai Gon voorstellen ('Saigon' was het enige woord dat ik verstond).


Het was ontzettend... jonge mannen in groene legerkleding die euforisch ronddansen, zwaaiend met de vlag van Vietnam en de Hamer en Sikkel ('The Wave'-gabaren makend). Toen de mannen klaar waren kwamen de vrouwen in traditioneel Vietnamese kleding met plastic bloemen in formaties voorbij. Ergens halverwege verschenen er kleine meisjes in tututjes met portretten van Ho Chi Minh, afgedrukt op grote roze kartonnen lotusbloemen. Iedreen kwam nog een paar keer in andere kostuums voorbij gedanst en stond met trotse, brede smiles op hun gezicht te zingen.

Het geheel duurde wel drie kwartier en al die tijd heb ik met mond open staan kijken (echt waar, letterlijk). Natuurlijk heb ik dit soort dingen vaker op TV gezien, maar het meemaken is iets anders. Lachwekkend, maar ook unheimisch. Het deed me aan Lenie Riefenstahl denken. Zeker omdat ik weet hoezeer de mensen zwijgen. Over politiek, over de partij, over deze feestdag. Dat ze de politie geen vragen stellen, en sommigen ons op het hart hebben gedrukt bepaalde dingen niet aan bepaalde mensen te vertellen.


Na een half uur verandere de sfeer langzamerhand, de muziek werd minder dramatisch, moderner, en de dansen werden losser, het eindigde bijna is een soort gekuisde chacha, de tekst ging over Can Tho (ook waar het enige woord dat ik verstond..). Vietnam dat zich losrukt uit de communistische berperkingen.

Buiten deze avond heb ik weinig van het communisme gemekt in Vietnam. Van de politie merk je helemaal niets, behalve dat ze af en toe het verkeer regelen. De economie schijnt hier in het Zuiden dan ook zeer kapitalisch te zijn, vergeleken met het noorden. Er is absoluut persoonlijk bezit, de meeste mensen werken voor zichzelf. Van belasting is weinig te merken, kan me niet voorstellen dat die geheven wordt op alle afgepingelden contanten die wij de mensen betalen (bonnetjes alleen in de grote supermarkten).

Mijn Vietnamese lerares heeft ons tijdens ons laatste bezoek dinsdagavond wel toevertrouwd dat haar Christelijke stroming (naamloos, erg interessant, misschien later meer) niet door de regering wordt erkend, en daarom in het geheim beleden moet worden.


Ik weet niet wanneer ik weer blog, want over een paar dagen verlaat ik Can Tho! De hele week ben ik al afscheid aan het nemen.. soms moeilijk.


Liefs,

Ellen

woensdag 29 april 2009

Tieng Anh o Nhip Cau

Minimale paren, foneemcontrasten en -grenzen, determiners en agreement. Dat soort woorden zitten de hele tijd in m'n hoofd, maar ik kan ze niet gebruiken (tegen niemand, ik mis jullie, taalwetenschappers). Toch helpt mijn taalkundige kennis zeer bij het begrijpen van de fouten die Vietnamezen maken als ze Engels spreken, zeker nu mijn Vietnamees zich een eindje ontwikkeld heeft.


De fouten die ze maken zijn overigens hilarisch, een greep:

fack zrut = jack fruit (overigens een van de lekkerste fruitsoorten die ik ooit geproefd heb)

is belong to = belongs to

Do you like swimming? Yes I am.

How are you? 25!

So were not having a lesson tomorrow? Yes, we don't.


Een sms:

AM SORRY! YOUR FRIEND TIME COME TO ME GO TO SCHOOL HAVEN'T BEEN RETURNED. PORT MY EXCUSE TO YOUR FRIEND PRITHEE! SEE YOU!


Maar nu over Nhip Cau: een groep gehandicapten wiens handen gespaard zijn gebleven. Ze maken souvenirs van allerlei soort van kokosnootboom- en kokosnoothout (hieu, khong? begrijp je?): de oorbellen die ik nu heb, armbanden, ringen, sleutelhangers, eetstokjes, rijstlepels, maar ook kitsche beeldjes van palmbomen, varkentjes, draken en vechtende hanen.

Al twee jaar lang krijgen ze Engels, drie ochtenden in de week. In eerste instantie om de souvenirs aan touristen te kunen verkopen, maar nu gewoon voor de leuk, want een aantal spreken al veel meer Engels dan dat ze daar voor nodig hebben. Anderen begrijpen nog steeds geen woord van wat je zegt. We volgen een boek en werken daarnaast aan uitspraak, zingen liedjes en spelen spelletjes. Vooral bij de uitspraak komen al mijn lessen fonologie en transcriptie erg van pas, ze waren erg bij met de lijst minimale paren van voor Vietnamezen onbegrijpelijk foneemcontrasten waarmee we geoefend hebben. (Dingen als 'it'-'is', 'nice'-'night', 'put'-'foot', 'see'- 'she', 'toes'-'those', 'shoes'-' choose'. Je zult begrijpen dat het Engels van de gemiddelde Vietnamees in eerste instantie onverstaanbaar is.)



De gehandicapten zelf zijn heerlijk om mee te werken, vrolijk en leergierig. Een van hen is een goeie zanger die allerlei prijzen gewonnen heeft met z'n eigen liedje. Het is Zuid-Vietnamese muziekstijl uit de Mekongdelta, die vrij onbegrijpelijk is. Er wordt een andere toonladder gebruikt en de melodie wordt bovendien mede bepaald door de vereiste tonen in de woorden... voor even is het leuk, maar een hele avond ernaar luisteren is te veel van het goede (het is ons wel vaker overkomen, en nog steeds is het eigenlijk niet aan te horen. Zeker als er gezongen wordt door een vrouw).



Ze zijn tussen de 25 en de 60, en allemaal noemen ze je 'teacher', ook de gedistingeerde man van 57 die het voor elkaar krijgt z'n missende been niet op te laten merken (heb me een week afgevraagd waarom die man bij ons in de les zat). Het is waarschijnlijk niet eens uit beleefdheid, het is in het Vietnamees heel gewoon om iemand bij z'n functie aan te spreken, en er bestaat niet eens zoiets als 1e of 2e persoon, je praat altijd over jezelf en anderen in de 3e persoon. Ik ben dan ook veel interessante gebruiken van 'you' en 'me' tegen gekomen.


Nu ga ik deze post afronden, zodat ik snel weer aan een paar nieuwe kan beginnen.

Op komst zijn de volgenden:

-Koninginnedag in Vietnam (30 april is Independance Day, help, ik ben in een communistisch land!)

- Scooteren op 't bounty-eiland Phu Quoc (witte palmstranden en een masseur voor 3 euro per uur)

(en uiteraard:)

- Het weeshuis in de Buu-Tripagoda

- Het Charity Hospital of Traditional Medicine

- Charity Class in de the village

donderdag 16 april 2009

The City Orphanage (poging 2)

Bij deze het vervolg op het vorige premature bericht.

The City Orphange (staatsweeshuis van Can Tho), kortweg: 'de City';

Autistische kinderen, kinderen met syndroom van Down, blinde kinderen, dove kinderen, blinde en dove kinderen, dubbelle hazelippen en onbehandele waterhoofden, kinderen die niet kunnen lopen, eten of praten.
Als ik het zo opschrijf wordt er verdrietig van, maar als ik daar ben, en even vergeet wat voor leven andere kinderen hebben, kan ik erg van ze genieten.
Neem nou Lachebekje, een meisje van een jaar of zeven (formaat van een vijfjarige, zoals allemaal in groep 2, welke leeftijd dan ook, omdat ze weinig bewegen, vermoeden we). Ze ligt altijd op de tegelvloer,want ze kan niet staan, zitten of kruipen, vanwege wat spasmes en een enorm gebrek aan stimulatie.
Als je haar aankijkt verschijnt er een grote glimlach op haar gezicht, en kom je iets dichterbij dan begint ze enthausiast te spartelen, raak je haar dan aan, of til je jaar op, dan wordt de glimlach een schaterlach. Samen met Tijgertje (een van haar buren op de grond) kan ze enorm genieten van het gezicht van een stuiterde bal of get gevoel van haar voetjes op de grond, als je ze overeind houdt om een stukje spastisch te springen, soms zelfs stapjes te zetten.
Ze kunnen niet praten en ik vraag me altijd of dat komt door een geestelijke handicap of een gebrek aan taalaanbod, waarschijnlijk de combinatie.

Groep 1 is een tikje aggressieve groep, het zijn de oudere kinderen en een paar volwassenen, en ze zijn allemaal mobiel. De meesten kunnen lopen, de rest in elk geval kruipen. Ze eten zelf, maar praten kunnen er maar een paar. Het is er een chaos. Er zijn een paar types die het leuk vinden je vanachter te benaderen om je een duw te geven, maar 't is vaak niet kwaad bedoeld; het is een manier om een beetje van de schaarse aandacht te krijgen.. Een van de wat slimmere jongetjes -hij lijkt de Vietnamese verzorgers te kunnen begrijpen- is veel liever, maar net zo'n aandachttrekker als iedereen. Als hij de aandacht heeft van 1 vrijwilliger richt hij zich onmiddelijk op een ander, en krijgt vaak nog reactie ook, met z'n schattige hoofdje. We noemen 'm 'Jo', omdat dat 't enige is wat hij zegt, en heel vaak. Hij kan niet lopen, maar wel overgooien, en daar vraagt hij dan ook voordurend om (met een bal in zijn hand, roept hij 'Jo! Jo!' tot je je handen klaarhoudt om de bal te vangen. Dan houdt hij de bal voor z'n mond in geconcentreerde voorbereiding op de worp -'tuttututtuttut'-, maar bedenkt zich vaak en doet nog een poging iemand anders's aandacht te krijgen ('Jo! Jo!). Pas als dat niet werkt, gooit hij, welgemikt. )
Ik probeer altijd een paar anderen in ons spelletje te betrekken, en gister is me dat met 1 jongen eindelijk gelukt. Hij heeft een bal gevangen en weer naar mij teruggegooid! Uit zulke kleine dingen kan ik een enorme voldoening halen.
Bij en andere jongen lijkt het hopeloos, alles wat bij hem in de buurt komt, slaat hij grinnikend zo ver mogelijk van iedereen vandaan.


In deze groep zit ook een jongetje met epilepsie (gewoon 'Epilepsie' genoemd), en om een of andere reden zit hij onder de medicijnen die hem volledig versuffen. Hij zit of ligt altijd op de grond, hoewel hij kan lopen, en kijkt voortdurend met zijn wankelende hoofdje en een melancholicshe blik naar alles dat een beetje lawaai maakt. Hij heeft altijd honger en dorst, maar eet heel langzaam. Ik voer 'm vaak stukjes koek, maar ben algauw een kwartier met een koekje bezig. Jo wil me daarbij wel eens helpen, maar pakt t vaak net te grof aan, zeker nu hij z'n tand door z'n lip heeft gehad door een val bij een van z'n aanvallen.



Groep 3 en 4 zijn de kleine kinderen en de baby's. Alleen tussen de baby's zitten gezonde mensen, want die worden vaak binnen een paar jaar geadopteerd, of gaan naar school, waardoor we ze niet zien. Tussen de kleine kinderen zit een schat van een jongetje zonder geestelijke problemen, maar met een afschuwelijk vervormd gezicht, in mijn fotoalbum te vinden als 'Championnetje'. Ik kan hem allang niet meer zien als afschuwelijk vervormd, maar aan de reacties op blogs van anderen te zien, is zijn gezicht schokkend.
Hij is een jaar of 2 en vindt het heel erg grappig als ik hem nadoe. Ik heb hem nog nooit met een slecht humeur gezien, maar hij houdt er niet van als je foto's maakt, want hij weet heel goed hoe hij eruit ziet. Hij draait 't liefst z'n goede oog naar de camera. Z'n andere oog kan hij niet sluiten en het is permanent ontstoken, maar z'n goede oog glimlacht voor tien. Z'n neus is aan een kant plat, waardoor het neusgat heel groot is en je zo naar binnen kijkt. Een van z'n wenkbrouwen is onderbroken; het missende stukje zit een paar centimeter hoger. Zijn beste vriendinnetje is een meisje met syndroom van Down, dat de laatste tijd heel baldadig is, omdat haar beste vriendje vorige week geadopteerd is (mooi verhaal, lees de andere bloggen over 'Hamstertje' of 'Hangwang').

In de City maken we onze drie uur makkelijk vol, maar zijn daarna wel kapot.


Volgende keer: Nhip Cau, de gehandicapten en hun 'craftwork'.

De projecten 1: the City Orphanage

Al 7 weken weken woon ik in Can Tho, het voelt meer en meer als een thuis; ik zeg het elke week weer, dat ik me hier nog thuizer voel. Maar waar ik het vooral aan merk is de projecten. Ik heb er m'n draai gevonden; de kinderen in de weeshuizen kennen mij, en ik ken hen. Ik weet waar het Engels van de blinden, gehandicapten, kinderen en 'straatvrienden' van Rieta (die inmiddels weer naar huis is) vandaan komt, want ik spreek een woordje Vietnamees. Ik wil het dus (iets uitgebreider) met jullie delen!
Vandaag aflevering 1, het staatsweeshuis van Can Tho, 'the City Orphanage'.
Dit weeshuis

dinsdag 7 april 2009

Stukjes dagboek uit Ghana

Kippen
"Ik zit nu in de laatste zon van de dag, het is 10 voor 6 en het ruikt naar een franse zomeravond en DEET-spray. Een man in het guest house in Kintampo, waar ik nu ben, kwam net langs om te vertellen dat ze een kip gaan doodschieten. 'Just one' zei hij 'because the others will get scared and run away.' Hij kwam het me vertellen zodat ik niet bang zou zijn en me af zou vragen waarom er geschoten werd. Zijn zoon komt aangelopen met een groot geweer.
[...]
Jafani is niet gewend veel te eten, en vooral niet vaak. We zijn vanochtend om 4 uur vertrokken in Accra en om een uur of 10 kreeg ik m'n eerste eten. Gelukkig had ik in Casablanca al genoeg honger geleden (hoofdpijn!), het went. (Probeer maar eens 6 uur lang niks te eten nadat je opstaat! Het laatste dat we de dag ervoor gegeten hadden was om een uur of 6.)
[....]
Het is nu een kwartier later en ik heb nog geen schot gehoord; het gaat hier op z'n Ghanees"

Emmanuel Achampong
"Gisteravond zaten Jafani, ik, twee Duitse vrouwen, de arts van de stad en Emmanuel Achampong aan een plastic tafel in de tuin van ons guest house. Het was donker, iemand had een fles wijn geregeld, maar het guest house had geen opener. Vooral Emmanuel trekt zich het aan, en komt even later met een pak wijn tevoorschijn. Het is een grote, gespierde man met een enorme glimlach op zijn gezicht en desondanks een gangsterchtige uitstraling. Het is vaak moeilijk uit te maken of hij meent wat hij zegt, en meestal doe je er beter aan hem niet te snel te geloven.
Op de achtergrond, ergens op de hoek van de straat, buiten onze enclave van rust, hoor ik gezang, getrommel en gejuich en vraag aan niemand in het bijzonder waar het vandaan komt. Emmanuel antwoordt dat het kerkgangers zijn. Uit een andere richting komt een vergelijkbaar feestrumoer, en ik vraag wat dat dan is. 'Een andere kerk, dat zijn de Anglicanen, en zij de katholieken. Giechelend (hij giechelt veel, om z'n eigen grapjes en die van Jafani) voegt hij er aan toe dat God zich weinig aan zal trekken van al die godvererende over de hele wereld, iedereen die maar voordurend z'n aandacht trekt. Hij zegt nog iets over de saaie paus, ik weet niet meer wat. Maar hier maken ze er tenminste een feestje van, vindt hij.De volgende dag vraag ik Jafani wie die Emmanuel nou was. Hij is de priester die de Duitste vrouwen rondleidt. "

De kip
Een van de eerste plekken waar Jafani langs wil is het dorp van zijn moeder: Paga. Hij is er geboren en heeft er tot zijn 8e gewoond.We komen net van het ziekenhuis en verwar de auto naast die van Jafani staat met de zijne. Ik loop naar de linkerkant van zijn auto en Jafani neemt de gelegenheid met beide armen aan: hij staat erop dat ik rijd. Als we Paga binnenkomen is een er een voetbelwedstrijd tussen twee basisscholen aan de gang, het hele dorp is uitgelopen. We rijden er aan voorbij en nemen een zandweggetje richting de compound van Jafani's moeder.
Het is niet eenvoudig alle stompjes van net geoogste maisvelden te ontwijken (deze wegen zijn niet voor auto's bedoeld). Als ik onder een baobabboom parkeer -de kippen hupsen lui aan de kant-, komen er een paar verlegen maar nieuwsgierige kinderen uit de compound tevoorschijn. Ze volgen ons naar binnen. Onder een rieten dak op houten palen zit de oudste man die ooit gezien heb (Niemand in de wijde omgeving heeft hem gekend als zelfs maar 20-jarige. Hij moet een jaar of 110 zijn.) Als we verder naar binnen lopen staren een paar kinderen mij in opperste verbazing aan, de jongste barst in huilen uit en wordt door haar zus weggedragen.
Jafani's moeder is een oude vrouw met een uitstraling die je wel moet respecteren. Net als die van haar man, Jafani's stiefvader (zie foto's, met de jampotglazen en de versleten gele polo). De compound vorm de omheining van een 'veld' voor het vee. Er staat 1 koe me glazig aan te kijken, de anderen lopen door de omliggende velden. Alleen 's nachts worden ze opgesloten, omdat ze dan gestolen kunnen worden. Het valt op dat in het dorp de middelste generatie ontbreekt, er zijn alleen kinderen en bejaarden. Een van Jafani's zussen is de enige van rond de 30, maar zij woont hier niet permanent.
Ik kan -buiten mijn schaarse Kasem, waar zeer enthausiast op gereagerd wordt- met niemand praten, behalve Jafani. Er moet veel besproken worden en ik gebruik m'n tijd om wat meer van de fonologie van het Kasem te weten te komen.. Ze hebben het soms over mij, zie ik aan de blikken. Af en toe vertaalt Jafani wat, of vertelt hij iets over het leven in de compound of wat met het geld van de sponsorloop gedaan is. Bijvoorbeeld het aluminium dak van een van de huisjes: een van de weinigen die in het regenseizoen overeind is gebleven.
Als ik in m'n eentje een rondje door de compound maak, ontdek ik dat de meeste kinderen toch een paar woordjes Engels kennen. Ze willen me alles laten zien: de peperplantages, de mangoboom, vreemde distelachtige vruchten, kippen, geiten, koeien schapen, alles moet op de foto.
Als ik terug naar de auto loop vraagt het brutaalste jongetje om het flesje water dat ik zojuist heb leeggedronken, om water in mee naar school te kunnen nemen. Er liggen er nog meer in de auto en ik deel ze uit. 't zijn er niet genoeg en ik neem me voor ze voortaan op te sparen. Jafani komt ook uit de compound tevoorschijn met zijn stiefvader die ons nog even tegenhoudt en een van de grootste rondscharrelende kippen bij haar poten grijpt. Ze is voor mij. Als dank voor de giften uit Holland. Ik weet mij weinig raad met deze kip, maar neem 'm natuurlijk dankbaar aan(Dinle! Dinle!). De poten worden met een touwtje aan elkaar gebonden en ik wordt geacht het beest op haar kop aan mijn hand te laten bungelen. Ik heb de neiging de kip weer vrij te laten, maar Jafani vind t een belachelijk idee en zegt dat Agathe (mijn gastvrouw) wel weet wat ze ermee aan moet.

Meer kippen en een geit
Op onze tweede toch naar Paga en wandeling door Gia (het dorp waar Jafani vanaf z'n 8e woonde) krijg ik verder aangeboden:
- nog twee kippen
- 3 handen vol eieren
- een emmer vol tomaten
- een geit
Alleen het laatste heeft Jafani voor mij weten af te slaan. Ik heb de kippen, de eieren en de tomaten natuurlijk opgegeten in gedachte van iedereen die aan de sponsorloop heeft bijgedragen. Namens Paga en Gia: bedankt!

3000 jaar ontwikkeling in 2 generaties
Tijdens ons tweede bezoekje aan Paga, zei Jafani dat hij normaal nooit zo lang bij z'n moeder blijft hangen, omdat er weinig te zegen valt. De verhalen van zijn leven in de grote steden en Europa zal zij nooit begrijpen. Hij vertelde dat hij soms 'sprookjes' vertelt, voor de kinderen, zoals hij vroeger altijd deed (hij is altijd al een goede verteller geweest). Ik vraag hem of het vreemd is dat zijn moeder niets van zijn leven begrijpt. 'Ja', knikt hij en voegt geen grapje toe.

woensdag 25 maart 2009

Opnieuw Vietnam: restaurants!

Ik zit weer eens in Victoria Hotel Can tho, het duurste en meest on-Vietnamese hotel van de stad. Voor 50 dollar per maand maken we hier gebruik van het zwembad, het internet, de warme douches met gratis shampoo, parate handdoeken en het fruit dat in een grote schaal op de balie staat (afhankelijk van je onbeschaamdheid kun je er mandarijnen, bananen, appels, druiven, lychees en zelfs hele dragonfruits meenemen. De enige die dat laatste ooit aangedurfd heeft is Rieta).

Naast me zit een Nederlander die vaker in Vietnam is om vis in te kopen voor zijn bedrijf (hopelijk kijkt hij niet te veel naar links). Hij vertelt me dat hij nooit langer dan een week blijft, omdat hij niet kan wennen aan het eten. Al eet hij amper buiten de deuren van het Victoria Hotel, waar pizza's en biefstuk voor Europese bedragen geserveerd worden. Als ik iets zeg over de prijzen, zegt hij: 'Ik ga hiet niet aan de straat eten, hoor'. Wij doen dat al weken natuurlijk. Voor mij zonder problemen, en voor ongeveer tien keer zo weinig geld.

Al is het niet helemaal duidelijk wat 'aan de straat eten' precies is. Er zijn hier in Can Tho grofweg drie niveau's van eetgelegeheden (Victoria and the like niet meegeteld), die de man naast me warschijnlijk allemaal als 'aan de straat' bestempelt.
Laten we aan de top beginnen:
Niveau 1: De echte, mooie restaurants. Je begrijpt plotseling waar de Aziatische restaurants in Nederland hun inspiratie vandaan halen (slappe aftreksels)); de restaurants staan VOL planten, bomen, vijvers met fontijnen die marmeren bollen in de lucht houden en kitsche versieringen van nepbloemen in de bomen tot Vietnamese tuinkabouters. De bediening verstaat met een beetje geluk een paar woorden Engels, maar het eten moet je maar afwachten: is het even goed als in sommige sfeerloze niveau-2-plekjes? Hetzelfde geld voor de prijs: sommige restaurants zijn duur omdat ze mooi zijn (hoofdgerecht: 40.000 dong (2 euro)), anderen hebben echte Vietnamese prijzen(15.000-25.000 dong (75 ct. tot 1,25)).
Niveau- 2: TL-verlichte restaurantjes, met lage stoeltjes of krukjes, aan metalen tafeltjes. Op tafel staat een bak met stokjes en chilisaus klaar. De keuze is vaak niet groot (pho-restaurants hebben alleen pho), maar 't eten GOED. Als je al een menu krijgt, is het er meestal 1 voor de hele tafel, in uitsluitend Vietnamees, maar 't is natuurlijk leuk om niet te weten wat je bestelt.. (intussen hebben we al een redelijke eet-gerelateerde Vietnamese woordenschat). Hoofdgerechten van 15.000 tot 25.000 dong.
Niveau 3: Dit is echt aan de straat. Vrouwen koken in verrijdbare keukentjes, com (rijst) in vele varianten en pho, of maken vers belegde broodjes of gefrituurde banenen voor je. Soms staan een er nog een paar plastic stoeltjes en tafeltjes naast voor als je je eten niet mee naar huis wilde nemen. Je kunt een bord rijst met vlees en groenten voor 10.000 dong (50 cent) op de kop tikken.

En overal, van niveau 1 tot 3 (de toeristische spots uitgezonderd), word je verwelkomd met 'tra da', thee met ijs (heerlijk in dit klimaat), die wordt bijgevuld zodra je glas leeg is, voor de rest van de avond. Het is dus echt mogelijk voor 75 cent uit eten te gaan, er komt geen drinken meer bij. Men verwacht niet eens dat je iets drinkt; drinkgelegenheden functioneren totaal afzonderlijk van eetgelegenheden. We hebben nog steeds moeite ze uit elkaar te houden, waardoor we regelmatig onverrichterzake de tent weer verlaten. Het personeel snapt dan meestal nog niet dat we voor eten kwamen.

Ik wordt hier intussen de overdreven geairconditionde internet lounge uitgekeken. ('In times of high demand, please limit your usage to 30 minutes').
Tot de volgende keer!

maandag 16 maart 2009

Ghana 2: Navrongo

Er is nog zoveel dat ik over Ghana moet vertellen! Ik was pas net begonnen, maar ik merk dat het langzaam moeilijker wordt. Alle Ghana-verhalen kan ik hier aan m'n huisgenoten ook kwijt, en de nieuwe Vietnamese verhalen stapelen zich op. Wat ik hier in elk geval voor jullie heb, is een stukje over Navrongo (de stad waar ik bijna de hele drie weken heb doorgebracht) dat ik een week of anderhalf geleden geschreven heb. Dit is dus het vervolg op mijn eerdere Ghana-blogposts:

Na nog een dagje rijden (over wegen als achtbanen, maar wel goed geasfalteerd (voor Jafani een aanleiding om er met 160 km per uur overheen te scheuren)) kwamen we na een bezoekje aan zijn zus Doris (later meer) aan in Navrongo. Navrongo heet een stad te zijn, maar zou die naam in Nederland niet gauw gekregen hebben (afgezien van het feit dat er een ziekenhuis is, maar bedenk dat het concept huisarts in Ghana niet bestaat). In onze ogen is het een dorpje. Er zijn 4 geasfalteerde wegen, geen straatnamen, soms wel huisnummers, met de hand op de muur geverfd. Er zijn twee kerken, (1 van modder (wel de grootste ter wereld), 1 niet af), een ziekenhuis, een discotheek waar nooit iets gebeurt (zie foto), een hele hoop huisjes her en der gebouwd, t liefst langs een van de 'grote wegen', een radiostation voor de regio, een aantal basisscholen en 'junior high schools' (eerste 3 jaar middelbare school), 1 senior high school, dacht ik (laatste 3 jaar middel bare school), een 'nursery school' en een 'training college' (Ok, de voorzieningen zijn uitgebreider dan in het gemiddelde Nederlandse dorp, maar dit is dan ook het centrum van de regio).

Dan zal ik nu maar dit verhaal vervolgen:
Ik verbleef bij een redelijk welgestelde, vriendelijke, ietwat verlegen familie die vlak buiten het 'centrum' van Can Tho woont. Vader (James) werkte bij de het elctriciteitsbedrijf, moeder (Agathe) in de administratie van de beste high school van Navrongo: Notre Dame High (dat is waar Jafani de familie van kent), met drie kinderen en twee inwonende nichtjes en een oma. Op de foto zie je oudste zoon en een van de nichtjes, beide van mijn leeftijd. Ze doen op dit moment een jaar niks (en dat meen ik: NIKS. Ze zitten thuis, kijken films, helpen wat met wassen en koken), omdat ze hun middelbare school hebben afgerond en nog een inschrijfformulier voor een vervolgopleiding moeten betalen..
Redelijk welgesteld wil zeggen dat er genoeg te eten is voor iedereen, er een slaapkamer voor mij kon worden vrijgemaakt in een huis van baksteen, en dat er electriciteit en leidingwater is. Leidingwater wil zeggen: er is 1 kraan. Af en toe functioneert hij, dan worden er snel tonnen en tonnen met water gevuld, om de komende week door te komen. (Dit water heb ik probleemloos gedronken, ik ben hier in het ontwikkelde Vietnam dus nergens meer bang voor.)
'Douchen' gaat in een onverlicht hokje, met een emmer water en een bakje om het over je heen te gooien. De wc is een gat in de vloer waaronder een emmer klaarstaat, die af en toe wordt geleegd. Waar weet ik niet. Ook de wc is onverlicht, dus je moet de deur naar de binnenplaats op een kier laten staan om te weten waar je moet mikken. Dit is meteen om aan te geven dat de wc bezet is. Het slotje dat aan de deur hangt zorgt ervoor dat de deur niet openvalt als de wc vrij is.

's Ochtends, als Jafani in het ziekenhuis werkt, ga ik naar school, Korania Junior High (klas 1, 2 en 3 van de middelbare school), om computerlessen te geven. De leerlingen (zo'n 80 per klas) hebben op 1 na nooit eerder een computer gezien. De school heeft er twee, maar ze beide tegelijk opstarten gaat niet; de stroom is te zwak. Ik begin met een klassiekale les voor elke klas, waarin ik uitleg wat je kunt met een computer, wat een beeldscherm is, een toetsenbord, en muis.. De rest van mijn uren op school heb ik mijn best gedaan elke leerling zo'n 5 a 10 minuten achter de computer te geven, om de muis te gebruikenen en zijn of haar naam te typen. Daar ben ik niet in geslaagd, een paar leerlingen van klas drie zijn niet aan de beurt gekomen.
Dit alles staat in schril contrast met de officiele versie van dit verhaal: The Teaching Syllabus for Information and Communication Technology for Junior Secondary Schools in Ghana. Deze kreeg ik de eerste dag in mijn hand gedrukt (de leraren hoefden het enige exemplaar dat ze hadden niet eens terug), ter inspiratie waarschijnlijk.. Hij is goed, uitgebreid en mijlenver van de realiteit verwijderd. Ik zou 'm graag citeren, maar ik heb 'm in Nederland achtergelaten (heb wel een kopie gemaakten 't origineel in Ghana achtergelaten!), geintereseerden kunnen zich bij Hans melden.

In de middagen heeft Jafani me meegenomen naar zo veel mogelijk begunstigden van Jafani Sponsorloop, de 'village' waar hij is opgegroeid, het ziekenhuis, zijn zus in Bolgatanga en alle toeristische spots van de regio. Maar daarover later meer..

Liefs,
Ellen

woensdag 11 maart 2009

Tussendoor: Vietnam

Vietnam is... Vietnam: vrouwen met driehoekige rieten hoedjes, mannen met brommerhelmen, sommigen vriendelijk en enthousiast, anderen snel geirriteerd als je de gang van zaken in t verkeer of hun Vietnamese gebrabbel niet begrijpt.
Ondanks de drukte in t verkeer, zou je niet zeggen dat Can Tho een stad is met meer dan een miljoen inwoners.. ik begrijp niet waar die allemaal gehuisvest moeten zijn, want de stad is niet groot, niet groter dan Utrecht.

Ik woon in een mooi, groot huis van een Nederlandse vrijwilligersorganisatie in Vietnam ('Vrijwillig Vietnam'), intussen met 6 anderen (de blog van de nieuwe (Elvera) is te vinden onderaan deze site), in een van de rijkste buurten van de stad. De huizen zijn er hoog, lang en smal, een beetje zoals de Amsterdamse grachtenpanden, omdat je duur betaalt voor de meters aan de straat, niet voor de meters naar achter of omhoog. Het verschil is dat er hier geen twee huizen aan elkaar staan, er ligt altijd wel ongebruikt land tussen, begroeid met hoog gras of bananenbomen. Binnen 10 jaar zal het allemaal wel volstaan; er wordt permanent gebouwd.
Huizen worden helemaal (binnen en buiten) geverfd in 1 kleur, maar met verschillende tinten; ons huis is groen, met groen.

Nu kan ik er toch echt meer omheen om iets over de projecten te zeggen. Voor Eva en mij, zijn er 5 verschillenden:
2 weeshuizen (1 staatsweeshuis, 1 van een pagode) waar we simpelweg met de kinderen spelen,
1 wekelijkse Engelse les aan kinderen uit een dorpje buiten Can Tho,
2-wekelijkse Engelse lessen aan een groep blinden met een massagesalon (heb er nog nooit een klant gezien..),
en koken met Vietnamese vrijwilligers voor het 'Traditional Medicine Hospital', waar we ook een woordje Engels proberen t spreken met de andere vrijwilligers.

Eerst het laatste:
Het werk bij het Traditional Medicine Hospital is meer eten dan koken, we doen het meer voor ons eigen plezier dan om werkelijk iets bij te dragen. Daarom doe we ons best om die mensen ook wat Engels te leren (tot hun grote plezier overigens); als we aankomen worden we een halfuurtje aan het hakken gezet, op houten snijplankjes, met een soort golfplaatvormige 'messen'. De groenten die we snijden zijn niet altijd herkenbaar, af en toe probeer ik met m'n Vietnamese Taalgidsje de Nederlandse naam ervoor te achterhalen. Soms bestaat die gewoon niet, maar vaak blijkt t ook gewoon courgette, komkommer of paprika te zijn...
Daarna lezen we wat Engels met een paar van de Vietnamese vrijwilligers (meestal mannen), terwijl de vrouwen het eten klaarmaken. Tijdens de Engelse lessen worden we overladen met fruit, de laatste keer custard apple ('man cau', later meer daarover!) Na zo'n uurtje worden we aan tafel uitgenodigd, en aanschouwen ze ons gestuntel met stokjes (mij gaat t best goed af) en het eten met mond dicht (hilarische gewoonte natuurlijk). Vanaf een uur of 4 komen de familieleden van de zieken langs met hun bakjes en schalen, wij vullen die met het aantal scheppen rijst dat het meest hartelijke vrouwtje dat ik ooit ontmoet heb ons aangeeft. We doen 't nooit goed, er moet altijd wel weer iets bij of af. Maar ze blijft lachen.

Het meest indrukwekkende werk is in 'the City Orphanage', het staatsweeshuis. Er wonen veel geestelijk, dan wel lichamelijk gehandicapte kinderen/mensen, meestal allebei, want als je er als gehandicapte geestelijk gezond binnenkomt, zal je dat niet lang volhouden. Kinderen met een handicap worden hier vaak te vondeling gelegd en komen dan in dit weeshuis terecht. Als je ook maar iets mankeert, loop je er geheid een enorme achterstand op. Maar het is lang niet zo zwaar om er te werken als het klinkt! Het is ontzettend leuke zelfs.. heel dankbaar werk.

Het is nu wel weer genoeg geweest, de stad moet verkend worden!

Tot de volgende keer,
Ellen

donderdag 5 maart 2009

Ghana

De eerste indruk is vooral: chaos! Al vanuit het 's nachts arriverende vliegtuig zie je dat Accra, de hoofdstad aan de kust in het zuiden van het land, geen enkele orde kent: de lichtjes zijn uitgestrooid over de stad, er is nergens een lijn van lichten te herkennen. Geen straatverlichting dus. Naast me zit een vrouw die geen Engels spreekt of leest, alleen Arabisch en een beetje Frans. Als we landen vraagt ze me haar te helpen met het 'immigration form' die we allemaal moeten invullen. Ik vraag me af hoe ze haar weg in Ghana gaat vinden..

Als ik met mijn ingevulde immigration form langs de douane kom, maken ze een groot probleem van het feit dat ik geen verblijfadres in Ghana heb ingevuld. Ik heb het niet, dus lever ik mijn paspoort in en ga op zoek naar Jafani die buiten op me staat te wachten. Hij vult iets willekeurigs in bij de douane, ze vragen me ten huwelijk en ik krijg m'n paspoort terug.

De eerste dag in Accra, manoeuvreert Jafani zich als een idioot (tussen de idioten) in het verkeer; rechts inhalen, anderen van de baan duwen (vooral als je auto lelijker is dan die van de ander; minder te verliezen), midden op straat stoppen om planteen chips van de door het verkeer banjerende verkopers te kopen en nooit voorrang geven, is wat men van je verwacht.

Wat mij het meest opvalt als ik om me heen kijk, is dat niets schoon is. Geen gebouw glimt, of is nog effen, de meeste flats zijn van ongeverfd beton, sommigen zijn niet meer in gebruik. Toch zijn veel dingen gekleurd, huizen in alle kleuren, reclame-affiches van telecombedrijven, de rode aarde en bovenal: kleding. Alles is vergeeld door de felle zon en bedekt met een laagje rood-bruinige stof, behalve de kleding: smetteloos en felgekleurd. Westerse modelletjes uitgevoerd in traditioneel Ghanese stoffen. Het mooiste zijn de mensen zelf; rechte rug, soepele heupen, schaal met fruit op het hoofd.

We slapen in een guest house met douche en airconditioning. Jafani waarschuwt dat dit waarschijnlijk de laatste keer is dat we de luxe van een airconditioning hebben (die overigens in zijn kamer niet werkte). Het ontbijt is toast met jam en cornflakes met melk uit blik, ik vraag me af hoe lang ik op dit ontbijt doormoet, en weet niet dat het vele malen beter is dan het ontbijt dat ik Navrongo (ons reisdoel in het uiterste Noorden van Ghana) elke ochtend voorgeschoteld ga krijgen.

Ik zal jullie niet vermoeien met alle mensen, ziekenhuizen en andere zaken die Accra bezocht moesten worden, behalve het Independence Square: een enorm plein aan zee, gebouwd toen Ghana onafhankelijk werd in 1945 (als ik het goed heb) als een van de eerste landen in Afrika (eerste president: Kwame Nkruma).

De volgende dag (za 7 feb) vertrokken we om 4 uur 's ochtends, zonder ontbijt, naar Kintampo: het midden van Ghana. We bleven daar een paar dagen omdat Jafani de dokter in het ziekenhuis (er is er inderdaad 1) een nieuwe procedure wilde leren (zie fotoalbum). Ik heb er een praatje over 'Communication in Health Care' gehouden; taalwetenschappers weten immers alles van communicatie (:s) en m'n moeder is een dokter. Het komt er op neer dat ik Jafani's boodschapper in witte huid was, maar 't ging me goed af, al zeg ik het zelf.
Hoe verder we naar het Noorden reisden, hoe armer alles werd en ik besefte dat als ik na drie weken in Navrongo terug zou keren in Accra, de stad een bolwerk van ontwikkeling en schone mensen, huizen en auto's zou zijn.

In Kintampo kreeg ik voor 't eerst een goed idee van de mensen: vriendelijk, gastvrij en bovenal: op het punt om in lachen uit te barsten; grapjes maken is doodeenvoudig. Je westerse verbazing en onwetendheid doet t vooral goed bij mensen die vaker een blanke hebben gesproken (de meesten die we in Kintampo ontmoetten), als je iets op z'n Ghanees probeert te doen (hand schudden met knippende vingers of groeten in de lokale taal, 't zijn er honderden) gieren ze helemaal van 't lachen.
De airconditioning in de computerlounge van het duurste Hotel in Can Tho, Vietnam, waar ik nu zit, werkt wel en veel te goed, dus ik ga buiten opwarmen en dan 't even warme zwembad in duiken. Tot snel!
Ellen
P.S. JE KUNT EEN REACTIE PLAATSEN!

dinsdag 3 maart 2009

In Vietnam


Lieve mensen,


Eindelijk zit ik achter een computer met internet! In Vietnam, en het is hier mooi, het eten is lekker, er zijn douches en wc's, je hoeft niet bang te zijn voor malaria, je wordt slechts een beetje aangestaard als Hollander op een fiets, bruin brood is verkrijgbaar en het is slechts zo'n 37 graden op het heetst van de dag (een greep uit de opluchtingen die je ervaart als je net uit het primitiefste deel van Ghana komt).

Ik woon in Can Tho (1), in een mooi huis met 5 Nederlandse vrijwilligers en 1 Vlaamse: Eva (mijn nichtje waarmee ik reis), Judith (gezellige Groningse studente), Jolanda (hard werkende spontane meid), Stephanie (Vlaamse kleuterjuf) en Rita (de moeder van het gezelschap). Can Tho is een grote, moderne stad, waar drommen scootertjes zelfs de driebaanswegen vullen en zich niets aantrekken van de sporadische auto die ertussendoor manoeuvreert. Je kunt er uit eten voor 1 euro (20.000 dong), thee wordt gratis bijgevuld voor zolang als je blijft hangen.

We hebben vandaag onze eerste dag op een van de projecten gehad, meteen de zwaarste: City Orphanage, met voornamelijk gehandicapte kinderen; de gezonden worden geadopteerd.. wat echt een zegen voor ze is als je kijkt hoe het er daar aantoe gaat.


Maar eigenlijk moet ik eerst vertellen over mijn drie weken Ghana, waarin ik geen moment toegang heb gehad tot het internet. Ik zal eerst, voor degenen die het niet weten, de situatie uitleggen.

Het verhaal begint zo'n 7 jaar terug, toen via mijn oudoom (heeroom, missionaris) een Ghanese arts bij mijn ouders (en mij en brussen (2)) introk om in Nijmegen een cursus echoscopie te volgen. Hij werd een goede vriend van de familie, en een graag geziene gast sinds hij in Duitsland specialiseert voor uroloog. Meer dan een jaar terug is er in onze buurt een initiatief ontstaan om dmv een sponsorloop geld in te zamelen voor hem, wat hij weer uitdeelt aan o.a. scholieren en studenten in Ghana in de vorm van boeken en schoolgeld, als zij die niet kunnen betalen. Er is inmiddels tweemaal een bedrag van zo'n 2000 euro die kant op gegaan. Een van de doelen van mijn reis naar Ghana was om te zien wat er met het geld gebeurd is en daarvan te berichten in Nederland. Wat voor mij het belangrijkst was was om Jafani (dat is zijn naam) in zijn geboorteland, geboortdedorp, tussen zijn familie en op zijn werkplek te zien.

Het is een vreemde ervaring iemand die je goed kent te zien in een totaal vreemde omgeving, die voor hem zijn thuis is. Ik heb hem zeker op een andere manier leren kennen. (Voor degenen die hem in Nederland ontmoet hebben: hij is verre van bescheiden en verlegen, beleefd kan hij zijn als ie daarvoor kiest (vrouwen (slechts bij begroeting, daarna flirt ie erop los) en de bisschop (My Lord)), maar hij is vaker een een grappenmaker, gerespecteerde autoriteit of een pain-in-the-ass voor serveersters, ziekenhuispersoneel, of mensen die hem graag naar Ghanese triditie veel langer dan gepland zien blijven hangen, en dat zijn de meesten).

Ik zal mijn best doen binnenkort een gedetailleerder verslag online te zetten, 't is nu half 11 en de dag begint morgen vroeg, dus ik ga naar huis.
Liefs,
Ellen


(1) Voor de taalwetenschappers en andere geinteresseerden, 't moet een 'o' met een soort haakje zijn, die wordt uitgesproken als een ongeronde /o/, klinkt een beetje als 'eu'. Ze hebben hetzelfde systeem voor de /u/ ('oe'), met haakje is ie ongerond.

(2) Broers en zussen

woensdag 4 februari 2009

Afscheid

Op deze plek ga ik jullie de komende zes maanden van mijn belevingen in Ghana, Vietnam, Loas, Cambodja en Thailand op de hoogte houden. Morgen vertrek ik, maar het afscheid is al dagen geleden begonnen. Wat een lieve mensen heb ik hier toch om me heen! Iedereen bedankt voor de mooie, leuke, praktische, onpraktische en lieve cadeaus en vaarwelwoorden. Jullie hebben me ervan overtuigd dat definitief emigreren toch echt niet is wat ik ooit zou willen..
Tot leess in mijn volgende bericht vanuit Ghana!

Ellen