woensdag 25 maart 2009

Opnieuw Vietnam: restaurants!

Ik zit weer eens in Victoria Hotel Can tho, het duurste en meest on-Vietnamese hotel van de stad. Voor 50 dollar per maand maken we hier gebruik van het zwembad, het internet, de warme douches met gratis shampoo, parate handdoeken en het fruit dat in een grote schaal op de balie staat (afhankelijk van je onbeschaamdheid kun je er mandarijnen, bananen, appels, druiven, lychees en zelfs hele dragonfruits meenemen. De enige die dat laatste ooit aangedurfd heeft is Rieta).

Naast me zit een Nederlander die vaker in Vietnam is om vis in te kopen voor zijn bedrijf (hopelijk kijkt hij niet te veel naar links). Hij vertelt me dat hij nooit langer dan een week blijft, omdat hij niet kan wennen aan het eten. Al eet hij amper buiten de deuren van het Victoria Hotel, waar pizza's en biefstuk voor Europese bedragen geserveerd worden. Als ik iets zeg over de prijzen, zegt hij: 'Ik ga hiet niet aan de straat eten, hoor'. Wij doen dat al weken natuurlijk. Voor mij zonder problemen, en voor ongeveer tien keer zo weinig geld.

Al is het niet helemaal duidelijk wat 'aan de straat eten' precies is. Er zijn hier in Can Tho grofweg drie niveau's van eetgelegeheden (Victoria and the like niet meegeteld), die de man naast me warschijnlijk allemaal als 'aan de straat' bestempelt.
Laten we aan de top beginnen:
Niveau 1: De echte, mooie restaurants. Je begrijpt plotseling waar de Aziatische restaurants in Nederland hun inspiratie vandaan halen (slappe aftreksels)); de restaurants staan VOL planten, bomen, vijvers met fontijnen die marmeren bollen in de lucht houden en kitsche versieringen van nepbloemen in de bomen tot Vietnamese tuinkabouters. De bediening verstaat met een beetje geluk een paar woorden Engels, maar het eten moet je maar afwachten: is het even goed als in sommige sfeerloze niveau-2-plekjes? Hetzelfde geld voor de prijs: sommige restaurants zijn duur omdat ze mooi zijn (hoofdgerecht: 40.000 dong (2 euro)), anderen hebben echte Vietnamese prijzen(15.000-25.000 dong (75 ct. tot 1,25)).
Niveau- 2: TL-verlichte restaurantjes, met lage stoeltjes of krukjes, aan metalen tafeltjes. Op tafel staat een bak met stokjes en chilisaus klaar. De keuze is vaak niet groot (pho-restaurants hebben alleen pho), maar 't eten GOED. Als je al een menu krijgt, is het er meestal 1 voor de hele tafel, in uitsluitend Vietnamees, maar 't is natuurlijk leuk om niet te weten wat je bestelt.. (intussen hebben we al een redelijke eet-gerelateerde Vietnamese woordenschat). Hoofdgerechten van 15.000 tot 25.000 dong.
Niveau 3: Dit is echt aan de straat. Vrouwen koken in verrijdbare keukentjes, com (rijst) in vele varianten en pho, of maken vers belegde broodjes of gefrituurde banenen voor je. Soms staan een er nog een paar plastic stoeltjes en tafeltjes naast voor als je je eten niet mee naar huis wilde nemen. Je kunt een bord rijst met vlees en groenten voor 10.000 dong (50 cent) op de kop tikken.

En overal, van niveau 1 tot 3 (de toeristische spots uitgezonderd), word je verwelkomd met 'tra da', thee met ijs (heerlijk in dit klimaat), die wordt bijgevuld zodra je glas leeg is, voor de rest van de avond. Het is dus echt mogelijk voor 75 cent uit eten te gaan, er komt geen drinken meer bij. Men verwacht niet eens dat je iets drinkt; drinkgelegenheden functioneren totaal afzonderlijk van eetgelegenheden. We hebben nog steeds moeite ze uit elkaar te houden, waardoor we regelmatig onverrichterzake de tent weer verlaten. Het personeel snapt dan meestal nog niet dat we voor eten kwamen.

Ik wordt hier intussen de overdreven geairconditionde internet lounge uitgekeken. ('In times of high demand, please limit your usage to 30 minutes').
Tot de volgende keer!

maandag 16 maart 2009

Ghana 2: Navrongo

Er is nog zoveel dat ik over Ghana moet vertellen! Ik was pas net begonnen, maar ik merk dat het langzaam moeilijker wordt. Alle Ghana-verhalen kan ik hier aan m'n huisgenoten ook kwijt, en de nieuwe Vietnamese verhalen stapelen zich op. Wat ik hier in elk geval voor jullie heb, is een stukje over Navrongo (de stad waar ik bijna de hele drie weken heb doorgebracht) dat ik een week of anderhalf geleden geschreven heb. Dit is dus het vervolg op mijn eerdere Ghana-blogposts:

Na nog een dagje rijden (over wegen als achtbanen, maar wel goed geasfalteerd (voor Jafani een aanleiding om er met 160 km per uur overheen te scheuren)) kwamen we na een bezoekje aan zijn zus Doris (later meer) aan in Navrongo. Navrongo heet een stad te zijn, maar zou die naam in Nederland niet gauw gekregen hebben (afgezien van het feit dat er een ziekenhuis is, maar bedenk dat het concept huisarts in Ghana niet bestaat). In onze ogen is het een dorpje. Er zijn 4 geasfalteerde wegen, geen straatnamen, soms wel huisnummers, met de hand op de muur geverfd. Er zijn twee kerken, (1 van modder (wel de grootste ter wereld), 1 niet af), een ziekenhuis, een discotheek waar nooit iets gebeurt (zie foto), een hele hoop huisjes her en der gebouwd, t liefst langs een van de 'grote wegen', een radiostation voor de regio, een aantal basisscholen en 'junior high schools' (eerste 3 jaar middelbare school), 1 senior high school, dacht ik (laatste 3 jaar middel bare school), een 'nursery school' en een 'training college' (Ok, de voorzieningen zijn uitgebreider dan in het gemiddelde Nederlandse dorp, maar dit is dan ook het centrum van de regio).

Dan zal ik nu maar dit verhaal vervolgen:
Ik verbleef bij een redelijk welgestelde, vriendelijke, ietwat verlegen familie die vlak buiten het 'centrum' van Can Tho woont. Vader (James) werkte bij de het elctriciteitsbedrijf, moeder (Agathe) in de administratie van de beste high school van Navrongo: Notre Dame High (dat is waar Jafani de familie van kent), met drie kinderen en twee inwonende nichtjes en een oma. Op de foto zie je oudste zoon en een van de nichtjes, beide van mijn leeftijd. Ze doen op dit moment een jaar niks (en dat meen ik: NIKS. Ze zitten thuis, kijken films, helpen wat met wassen en koken), omdat ze hun middelbare school hebben afgerond en nog een inschrijfformulier voor een vervolgopleiding moeten betalen..
Redelijk welgesteld wil zeggen dat er genoeg te eten is voor iedereen, er een slaapkamer voor mij kon worden vrijgemaakt in een huis van baksteen, en dat er electriciteit en leidingwater is. Leidingwater wil zeggen: er is 1 kraan. Af en toe functioneert hij, dan worden er snel tonnen en tonnen met water gevuld, om de komende week door te komen. (Dit water heb ik probleemloos gedronken, ik ben hier in het ontwikkelde Vietnam dus nergens meer bang voor.)
'Douchen' gaat in een onverlicht hokje, met een emmer water en een bakje om het over je heen te gooien. De wc is een gat in de vloer waaronder een emmer klaarstaat, die af en toe wordt geleegd. Waar weet ik niet. Ook de wc is onverlicht, dus je moet de deur naar de binnenplaats op een kier laten staan om te weten waar je moet mikken. Dit is meteen om aan te geven dat de wc bezet is. Het slotje dat aan de deur hangt zorgt ervoor dat de deur niet openvalt als de wc vrij is.

's Ochtends, als Jafani in het ziekenhuis werkt, ga ik naar school, Korania Junior High (klas 1, 2 en 3 van de middelbare school), om computerlessen te geven. De leerlingen (zo'n 80 per klas) hebben op 1 na nooit eerder een computer gezien. De school heeft er twee, maar ze beide tegelijk opstarten gaat niet; de stroom is te zwak. Ik begin met een klassiekale les voor elke klas, waarin ik uitleg wat je kunt met een computer, wat een beeldscherm is, een toetsenbord, en muis.. De rest van mijn uren op school heb ik mijn best gedaan elke leerling zo'n 5 a 10 minuten achter de computer te geven, om de muis te gebruikenen en zijn of haar naam te typen. Daar ben ik niet in geslaagd, een paar leerlingen van klas drie zijn niet aan de beurt gekomen.
Dit alles staat in schril contrast met de officiele versie van dit verhaal: The Teaching Syllabus for Information and Communication Technology for Junior Secondary Schools in Ghana. Deze kreeg ik de eerste dag in mijn hand gedrukt (de leraren hoefden het enige exemplaar dat ze hadden niet eens terug), ter inspiratie waarschijnlijk.. Hij is goed, uitgebreid en mijlenver van de realiteit verwijderd. Ik zou 'm graag citeren, maar ik heb 'm in Nederland achtergelaten (heb wel een kopie gemaakten 't origineel in Ghana achtergelaten!), geintereseerden kunnen zich bij Hans melden.

In de middagen heeft Jafani me meegenomen naar zo veel mogelijk begunstigden van Jafani Sponsorloop, de 'village' waar hij is opgegroeid, het ziekenhuis, zijn zus in Bolgatanga en alle toeristische spots van de regio. Maar daarover later meer..

Liefs,
Ellen

woensdag 11 maart 2009

Tussendoor: Vietnam

Vietnam is... Vietnam: vrouwen met driehoekige rieten hoedjes, mannen met brommerhelmen, sommigen vriendelijk en enthousiast, anderen snel geirriteerd als je de gang van zaken in t verkeer of hun Vietnamese gebrabbel niet begrijpt.
Ondanks de drukte in t verkeer, zou je niet zeggen dat Can Tho een stad is met meer dan een miljoen inwoners.. ik begrijp niet waar die allemaal gehuisvest moeten zijn, want de stad is niet groot, niet groter dan Utrecht.

Ik woon in een mooi, groot huis van een Nederlandse vrijwilligersorganisatie in Vietnam ('Vrijwillig Vietnam'), intussen met 6 anderen (de blog van de nieuwe (Elvera) is te vinden onderaan deze site), in een van de rijkste buurten van de stad. De huizen zijn er hoog, lang en smal, een beetje zoals de Amsterdamse grachtenpanden, omdat je duur betaalt voor de meters aan de straat, niet voor de meters naar achter of omhoog. Het verschil is dat er hier geen twee huizen aan elkaar staan, er ligt altijd wel ongebruikt land tussen, begroeid met hoog gras of bananenbomen. Binnen 10 jaar zal het allemaal wel volstaan; er wordt permanent gebouwd.
Huizen worden helemaal (binnen en buiten) geverfd in 1 kleur, maar met verschillende tinten; ons huis is groen, met groen.

Nu kan ik er toch echt meer omheen om iets over de projecten te zeggen. Voor Eva en mij, zijn er 5 verschillenden:
2 weeshuizen (1 staatsweeshuis, 1 van een pagode) waar we simpelweg met de kinderen spelen,
1 wekelijkse Engelse les aan kinderen uit een dorpje buiten Can Tho,
2-wekelijkse Engelse lessen aan een groep blinden met een massagesalon (heb er nog nooit een klant gezien..),
en koken met Vietnamese vrijwilligers voor het 'Traditional Medicine Hospital', waar we ook een woordje Engels proberen t spreken met de andere vrijwilligers.

Eerst het laatste:
Het werk bij het Traditional Medicine Hospital is meer eten dan koken, we doen het meer voor ons eigen plezier dan om werkelijk iets bij te dragen. Daarom doe we ons best om die mensen ook wat Engels te leren (tot hun grote plezier overigens); als we aankomen worden we een halfuurtje aan het hakken gezet, op houten snijplankjes, met een soort golfplaatvormige 'messen'. De groenten die we snijden zijn niet altijd herkenbaar, af en toe probeer ik met m'n Vietnamese Taalgidsje de Nederlandse naam ervoor te achterhalen. Soms bestaat die gewoon niet, maar vaak blijkt t ook gewoon courgette, komkommer of paprika te zijn...
Daarna lezen we wat Engels met een paar van de Vietnamese vrijwilligers (meestal mannen), terwijl de vrouwen het eten klaarmaken. Tijdens de Engelse lessen worden we overladen met fruit, de laatste keer custard apple ('man cau', later meer daarover!) Na zo'n uurtje worden we aan tafel uitgenodigd, en aanschouwen ze ons gestuntel met stokjes (mij gaat t best goed af) en het eten met mond dicht (hilarische gewoonte natuurlijk). Vanaf een uur of 4 komen de familieleden van de zieken langs met hun bakjes en schalen, wij vullen die met het aantal scheppen rijst dat het meest hartelijke vrouwtje dat ik ooit ontmoet heb ons aangeeft. We doen 't nooit goed, er moet altijd wel weer iets bij of af. Maar ze blijft lachen.

Het meest indrukwekkende werk is in 'the City Orphanage', het staatsweeshuis. Er wonen veel geestelijk, dan wel lichamelijk gehandicapte kinderen/mensen, meestal allebei, want als je er als gehandicapte geestelijk gezond binnenkomt, zal je dat niet lang volhouden. Kinderen met een handicap worden hier vaak te vondeling gelegd en komen dan in dit weeshuis terecht. Als je ook maar iets mankeert, loop je er geheid een enorme achterstand op. Maar het is lang niet zo zwaar om er te werken als het klinkt! Het is ontzettend leuke zelfs.. heel dankbaar werk.

Het is nu wel weer genoeg geweest, de stad moet verkend worden!

Tot de volgende keer,
Ellen

donderdag 5 maart 2009

Ghana

De eerste indruk is vooral: chaos! Al vanuit het 's nachts arriverende vliegtuig zie je dat Accra, de hoofdstad aan de kust in het zuiden van het land, geen enkele orde kent: de lichtjes zijn uitgestrooid over de stad, er is nergens een lijn van lichten te herkennen. Geen straatverlichting dus. Naast me zit een vrouw die geen Engels spreekt of leest, alleen Arabisch en een beetje Frans. Als we landen vraagt ze me haar te helpen met het 'immigration form' die we allemaal moeten invullen. Ik vraag me af hoe ze haar weg in Ghana gaat vinden..

Als ik met mijn ingevulde immigration form langs de douane kom, maken ze een groot probleem van het feit dat ik geen verblijfadres in Ghana heb ingevuld. Ik heb het niet, dus lever ik mijn paspoort in en ga op zoek naar Jafani die buiten op me staat te wachten. Hij vult iets willekeurigs in bij de douane, ze vragen me ten huwelijk en ik krijg m'n paspoort terug.

De eerste dag in Accra, manoeuvreert Jafani zich als een idioot (tussen de idioten) in het verkeer; rechts inhalen, anderen van de baan duwen (vooral als je auto lelijker is dan die van de ander; minder te verliezen), midden op straat stoppen om planteen chips van de door het verkeer banjerende verkopers te kopen en nooit voorrang geven, is wat men van je verwacht.

Wat mij het meest opvalt als ik om me heen kijk, is dat niets schoon is. Geen gebouw glimt, of is nog effen, de meeste flats zijn van ongeverfd beton, sommigen zijn niet meer in gebruik. Toch zijn veel dingen gekleurd, huizen in alle kleuren, reclame-affiches van telecombedrijven, de rode aarde en bovenal: kleding. Alles is vergeeld door de felle zon en bedekt met een laagje rood-bruinige stof, behalve de kleding: smetteloos en felgekleurd. Westerse modelletjes uitgevoerd in traditioneel Ghanese stoffen. Het mooiste zijn de mensen zelf; rechte rug, soepele heupen, schaal met fruit op het hoofd.

We slapen in een guest house met douche en airconditioning. Jafani waarschuwt dat dit waarschijnlijk de laatste keer is dat we de luxe van een airconditioning hebben (die overigens in zijn kamer niet werkte). Het ontbijt is toast met jam en cornflakes met melk uit blik, ik vraag me af hoe lang ik op dit ontbijt doormoet, en weet niet dat het vele malen beter is dan het ontbijt dat ik Navrongo (ons reisdoel in het uiterste Noorden van Ghana) elke ochtend voorgeschoteld ga krijgen.

Ik zal jullie niet vermoeien met alle mensen, ziekenhuizen en andere zaken die Accra bezocht moesten worden, behalve het Independence Square: een enorm plein aan zee, gebouwd toen Ghana onafhankelijk werd in 1945 (als ik het goed heb) als een van de eerste landen in Afrika (eerste president: Kwame Nkruma).

De volgende dag (za 7 feb) vertrokken we om 4 uur 's ochtends, zonder ontbijt, naar Kintampo: het midden van Ghana. We bleven daar een paar dagen omdat Jafani de dokter in het ziekenhuis (er is er inderdaad 1) een nieuwe procedure wilde leren (zie fotoalbum). Ik heb er een praatje over 'Communication in Health Care' gehouden; taalwetenschappers weten immers alles van communicatie (:s) en m'n moeder is een dokter. Het komt er op neer dat ik Jafani's boodschapper in witte huid was, maar 't ging me goed af, al zeg ik het zelf.
Hoe verder we naar het Noorden reisden, hoe armer alles werd en ik besefte dat als ik na drie weken in Navrongo terug zou keren in Accra, de stad een bolwerk van ontwikkeling en schone mensen, huizen en auto's zou zijn.

In Kintampo kreeg ik voor 't eerst een goed idee van de mensen: vriendelijk, gastvrij en bovenal: op het punt om in lachen uit te barsten; grapjes maken is doodeenvoudig. Je westerse verbazing en onwetendheid doet t vooral goed bij mensen die vaker een blanke hebben gesproken (de meesten die we in Kintampo ontmoetten), als je iets op z'n Ghanees probeert te doen (hand schudden met knippende vingers of groeten in de lokale taal, 't zijn er honderden) gieren ze helemaal van 't lachen.
De airconditioning in de computerlounge van het duurste Hotel in Can Tho, Vietnam, waar ik nu zit, werkt wel en veel te goed, dus ik ga buiten opwarmen en dan 't even warme zwembad in duiken. Tot snel!
Ellen
P.S. JE KUNT EEN REACTIE PLAATSEN!

dinsdag 3 maart 2009

In Vietnam


Lieve mensen,


Eindelijk zit ik achter een computer met internet! In Vietnam, en het is hier mooi, het eten is lekker, er zijn douches en wc's, je hoeft niet bang te zijn voor malaria, je wordt slechts een beetje aangestaard als Hollander op een fiets, bruin brood is verkrijgbaar en het is slechts zo'n 37 graden op het heetst van de dag (een greep uit de opluchtingen die je ervaart als je net uit het primitiefste deel van Ghana komt).

Ik woon in Can Tho (1), in een mooi huis met 5 Nederlandse vrijwilligers en 1 Vlaamse: Eva (mijn nichtje waarmee ik reis), Judith (gezellige Groningse studente), Jolanda (hard werkende spontane meid), Stephanie (Vlaamse kleuterjuf) en Rita (de moeder van het gezelschap). Can Tho is een grote, moderne stad, waar drommen scootertjes zelfs de driebaanswegen vullen en zich niets aantrekken van de sporadische auto die ertussendoor manoeuvreert. Je kunt er uit eten voor 1 euro (20.000 dong), thee wordt gratis bijgevuld voor zolang als je blijft hangen.

We hebben vandaag onze eerste dag op een van de projecten gehad, meteen de zwaarste: City Orphanage, met voornamelijk gehandicapte kinderen; de gezonden worden geadopteerd.. wat echt een zegen voor ze is als je kijkt hoe het er daar aantoe gaat.


Maar eigenlijk moet ik eerst vertellen over mijn drie weken Ghana, waarin ik geen moment toegang heb gehad tot het internet. Ik zal eerst, voor degenen die het niet weten, de situatie uitleggen.

Het verhaal begint zo'n 7 jaar terug, toen via mijn oudoom (heeroom, missionaris) een Ghanese arts bij mijn ouders (en mij en brussen (2)) introk om in Nijmegen een cursus echoscopie te volgen. Hij werd een goede vriend van de familie, en een graag geziene gast sinds hij in Duitsland specialiseert voor uroloog. Meer dan een jaar terug is er in onze buurt een initiatief ontstaan om dmv een sponsorloop geld in te zamelen voor hem, wat hij weer uitdeelt aan o.a. scholieren en studenten in Ghana in de vorm van boeken en schoolgeld, als zij die niet kunnen betalen. Er is inmiddels tweemaal een bedrag van zo'n 2000 euro die kant op gegaan. Een van de doelen van mijn reis naar Ghana was om te zien wat er met het geld gebeurd is en daarvan te berichten in Nederland. Wat voor mij het belangrijkst was was om Jafani (dat is zijn naam) in zijn geboorteland, geboortdedorp, tussen zijn familie en op zijn werkplek te zien.

Het is een vreemde ervaring iemand die je goed kent te zien in een totaal vreemde omgeving, die voor hem zijn thuis is. Ik heb hem zeker op een andere manier leren kennen. (Voor degenen die hem in Nederland ontmoet hebben: hij is verre van bescheiden en verlegen, beleefd kan hij zijn als ie daarvoor kiest (vrouwen (slechts bij begroeting, daarna flirt ie erop los) en de bisschop (My Lord)), maar hij is vaker een een grappenmaker, gerespecteerde autoriteit of een pain-in-the-ass voor serveersters, ziekenhuispersoneel, of mensen die hem graag naar Ghanese triditie veel langer dan gepland zien blijven hangen, en dat zijn de meesten).

Ik zal mijn best doen binnenkort een gedetailleerder verslag online te zetten, 't is nu half 11 en de dag begint morgen vroeg, dus ik ga naar huis.
Liefs,
Ellen


(1) Voor de taalwetenschappers en andere geinteresseerden, 't moet een 'o' met een soort haakje zijn, die wordt uitgesproken als een ongeronde /o/, klinkt een beetje als 'eu'. Ze hebben hetzelfde systeem voor de /u/ ('oe'), met haakje is ie ongerond.

(2) Broers en zussen