Vietnam is... Vietnam: vrouwen met driehoekige rieten hoedjes, mannen met brommerhelmen, sommigen vriendelijk en enthousiast, anderen snel geirriteerd als je de gang van zaken in t verkeer of hun Vietnamese gebrabbel niet begrijpt.
Ondanks de drukte in t verkeer, zou je niet zeggen dat Can Tho een stad is met meer dan een miljoen inwoners.. ik begrijp niet waar die allemaal gehuisvest moeten zijn, want de stad is niet groot, niet groter dan Utrecht.
Ik woon in een mooi, groot huis van een Nederlandse vrijwilligersorganisatie in Vietnam ('Vrijwillig Vietnam'), intussen met 6 anderen (de blog van de nieuwe (Elvera) is te vinden onderaan deze site), in een van de rijkste buurten van de stad. De huizen zijn er hoog, lang en smal, een beetje zoals de Amsterdamse grachtenpanden, omdat je duur betaalt voor de meters aan de straat, niet voor de meters naar achter of omhoog. Het verschil is dat er hier geen twee huizen aan elkaar staan, er ligt altijd wel ongebruikt land tussen, begroeid met hoog gras of bananenbomen. Binnen 10 jaar zal het allemaal wel volstaan; er wordt permanent gebouwd.
Huizen worden helemaal (binnen en buiten) geverfd in 1 kleur, maar met verschillende tinten; ons huis is groen, met groen.
Nu kan ik er toch echt meer omheen om iets over de projecten te zeggen. Voor Eva en mij, zijn er 5 verschillenden:
2 weeshuizen (1 staatsweeshuis, 1 van een pagode) waar we simpelweg met de kinderen spelen,
1 wekelijkse Engelse les aan kinderen uit een dorpje buiten Can Tho,
2-wekelijkse Engelse lessen aan een groep blinden met een massagesalon (heb er nog nooit een klant gezien..),
en koken met Vietnamese vrijwilligers voor het 'Traditional Medicine Hospital', waar we ook een woordje Engels proberen t spreken met de andere vrijwilligers.
Eerst het laatste:
Het werk bij het Traditional Medicine Hospital is meer eten dan koken, we doen het meer voor ons eigen plezier dan om werkelijk iets bij te dragen. Daarom doe we ons best om die mensen ook wat Engels te leren (tot hun grote plezier overigens); als we aankomen worden we een halfuurtje aan het hakken gezet, op houten snijplankjes, met een soort golfplaatvormige 'messen'. De groenten die we snijden zijn niet altijd herkenbaar, af en toe probeer ik met m'n Vietnamese Taalgidsje de Nederlandse naam ervoor te achterhalen. Soms bestaat die gewoon niet, maar vaak blijkt t ook gewoon courgette, komkommer of paprika te zijn...
Daarna lezen we wat Engels met een paar van de Vietnamese vrijwilligers (meestal mannen), terwijl de vrouwen het eten klaarmaken. Tijdens de Engelse lessen worden we overladen met fruit, de laatste keer custard apple ('man cau', later meer daarover!) Na zo'n uurtje worden we aan tafel uitgenodigd, en aanschouwen ze ons gestuntel met stokjes (mij gaat t best goed af) en het eten met mond dicht (hilarische gewoonte natuurlijk). Vanaf een uur of 4 komen de familieleden van de zieken langs met hun bakjes en schalen, wij vullen die met het aantal scheppen rijst dat het meest hartelijke vrouwtje dat ik ooit ontmoet heb ons aangeeft. We doen 't nooit goed, er moet altijd wel weer iets bij of af. Maar ze blijft lachen.
Het meest indrukwekkende werk is in 'the City Orphanage', het staatsweeshuis. Er wonen veel geestelijk, dan wel lichamelijk gehandicapte kinderen/mensen, meestal allebei, want als je er als gehandicapte geestelijk gezond binnenkomt, zal je dat niet lang volhouden. Kinderen met een handicap worden hier vaak te vondeling gelegd en komen dan in dit weeshuis terecht. Als je ook maar iets mankeert, loop je er geheid een enorme achterstand op. Maar het is lang niet zo zwaar om er te werken als het klinkt! Het is ontzettend leuke zelfs.. heel dankbaar werk.
Het is nu wel weer genoeg geweest, de stad moet verkend worden!
Tot de volgende keer,
Ellen