DE TREIN IN SERVIË
De wagon die we gereserveerd hadden, ver weg in het wonderbaarlijk schone Duitsland, is ditmaal, in tegenstelling tot de slaapwagon die we in Budapest hadden moeten krijgen, aanwezig. Maar het is geen slaapwagon, en hij gaat niet naar Sofia.
De ongereserveerde wagon waar we dus maar in zijn gaan zitten, heeft in elk geval een stoelindeling waar er ruimte is om je benen op de zitplaatsen tegenover je te leggen, en dus misschien een uurtje slaap mee te pikken, zo nu en dan. Verder is de wagon voorzien van een dronken Servier die met een krakende, maar zuivere, stem van Madonna tot de Beatles achter de groene stoelen tevoorschijn doet komen. Het is acht uur 's ochtends. Het uitzicht is troosteloos: miezer op de vergane perrons, hier en daar een man in vuile kleding met doordringende blauwe ogen. Twee sprankjes intelligentie in het uitzichtloze beeld. Zelfs de kraaien en duiven zien er verwaarloosd uit. Alleen de planten lijken zich niets aan de trekken van de bedruktheid en groeien ook daar waar ze niet welkom zijn.
Onze Nederlandse lotgenote van slaapwagon 418, de wagon die nooit kwam opdagen, blijkt ook uit Utrecht te komen. Ons gesprek over ons beider favoriete jazz-cafe in Utrecht dat onlangs is gesloten wegens subsidiekortingen draagt bij aan het algehele gevoel van verval. We hebben ons ontbijt, in Duitsland ingekocht met het oog op een twee dagen lange treinreis, met haar gedeeld.
Mijn zestigjarige vader is intussen snurkend in slaap gevallen, net als het Deense meisje verderop dat verlekkerd had toegeken hoe wij ons ontbijt hadden bereid. De zingende Servier is een monoloog begonnen waarin het enige voor mij herkenbare woord 'Beograd' is.
De trein rolt traag voort en degenen die niet slapen krijgen langzaam meer te zien van Servië; glooiende akkers met rijp koren, een jonge vrouw aan het werk in haar moestuin en heel veel groen, met een grijze lucht.
Ik begin de smaak weer te pakken te krijgen, van het reizen zonder grip op tijd, of zelfs de route, zonder ergernis over bevuilde wc's of onbegripvolle conducteurs, maar met een gevoel voor het bizarre en oog voor detail.
DE TREIN UIT ISTANBUL
Een dag lang had de trein stilgestaan in Sofia, om met een uur of acht vertraging zijn weg te vervolgen naar Belgrado. Toen de trein in beweging kwam werd er geapplaudisseerd. Tegen het eind van de avond stond de halve trein op het gangpad met de whiskey van `the Irish guy' to proosten op 'the people of every country of the world', zoals de gepensioneerde Japanner het formuleerde. Mijn vader is zijn treinplanning aan het regelen bij de Zwister in de coupé met een Bloody Mary van een van de Zwitserse vrienden in de handen. Onze Fransman versiert de meisjes in de coupé naast ons en de Ier zelf zette liedje na liedje in met zijn Franse reisgenote. Iedereen was intussen de Turkse wagonbeambte, die al sinds Istanbul bij ons was, gaan waarderen. Ook hij was de dupe van de Bulgaarse onvoorspelbare ongeregeldheid, en zijn informatie, als die uit hem te krijgen was, was in elk geval betrouwbaar.
Onze overdreven Limburgse coupégenoot legde een verbazingwekkend accurate kennis van Europese geschiedenis en treinrompslomp aan de dag. Zijn voorspellingen van aankomst- en wachttijden waren meestal de meest betrouwbare.
Inmiddels zitten we weer met z'n tweeën in de trein naar Ljubljana en het lijkt alsof we de enigen zijn die het onszelf zo onmiddelijk op ons gemak voelen. Wij doen al dagen niets anders dan in treinen leven, maar onze medereizigers staan in openbare-gelegenheidsmodus. Ze bepreken alle interactie tot het broodnodige. Als ik hardop woorden opzoek in m'n tweedehands Turkse woordenboekje, zonder een woord Engels te gebruiken aangeschaft bij een kleine boekenstand aan de Aziatische kant van Istanbul, komt me dat op een paar rare blikken te staan.
SLOVENIË
Alle Slovenen zijn een beetje verlegen! Het lachje dat op hun gezicht verschijnt als je met ze praat is ergens tussen ondeugend en verlegen in. Heel schattig. Zelfs gestresste chagrijnige obers, stoere mannen te paard en wijze oude vrouwtjes krijgen geschrokken maar verwachtingsvolle twinkelingetjes in hun ogen zodra ze Engels horen, of Duits, of een van de andere talen die ze allemaal lijken te spreken. De ober van het campingrestaurant, begon in hilarische metaforen uit te leggen wat voor dag hij had gehad, ter verontschuldig voor zijn langzame bediening. Ik vroeg hem of 'my IQ is like my shoesize now' een Sloveens gezegde was, maar hij zei dat hij het zojuist had bedacht.
De man waarmee ik door de bergen gallopeerde vertelde helaas dat het makkelijk -25 wordt in winters Slovenië, dat is toch een hele domper als ik hier zou willen wonen. Misschien is het in de stad en aan de kust wat warmer.
