woensdag 17 augustus 2011

Interrailen door Europa

Voor het eerst in twee jaar ben ik weer gaan schrijven tijdens het reizen, en waarom zou ik de korte verslagingen van willekeurige momenten niet met jullie delen? Bij deze.

DE TREIN IN SERVIË
De wagon die we gereserveerd hadden, ver weg in het wonderbaarlijk schone Duitsland, is ditmaal, in tegenstelling tot de slaapwagon die we in Budapest hadden moeten krijgen, aanwezig. Maar het is geen slaapwagon, en hij gaat niet naar Sofia.
De ongereserveerde wagon waar we dus maar in zijn gaan zitten, heeft in elk geval een stoelindeling waar er ruimte is om je benen op de zitplaatsen tegenover je te leggen, en dus misschien een uurtje slaap mee te pikken, zo nu en dan. Verder is de wagon voorzien van een dronken Servier die met een krakende, maar zuivere, stem van Madonna tot de Beatles achter de groene stoelen tevoorschijn doet komen. Het is acht uur 's ochtends. Het uitzicht is troosteloos: miezer op de vergane perrons, hier en daar een man in vuile kleding met doordringende blauwe ogen. Twee sprankjes intelligentie in het uitzichtloze beeld. Zelfs de kraaien en duiven zien er verwaarloosd uit. Alleen de planten lijken zich niets aan de trekken van de bedruktheid en groeien ook daar waar ze niet welkom zijn.
Onze Nederlandse lotgenote van slaapwagon 418, de wagon die nooit kwam opdagen, blijkt ook uit Utrecht te komen. Ons gesprek over ons beider favoriete jazz-cafe in Utrecht dat onlangs is gesloten wegens subsidiekortingen draagt bij aan het algehele gevoel van verval. We hebben ons ontbijt, in Duitsland ingekocht met het oog op een twee dagen lange treinreis, met haar gedeeld.
Mijn zestigjarige vader is intussen snurkend in slaap gevallen, net als het Deense meisje verderop dat verlekkerd had toegeken hoe wij ons ontbijt hadden bereid. De zingende Servier is een monoloog begonnen waarin het enige voor mij herkenbare woord 'Beograd' is.
De trein rolt traag voort en degenen die niet slapen krijgen langzaam meer te zien van Servië; glooiende akkers met rijp koren, een jonge vrouw aan het werk in haar moestuin en heel veel groen, met een grijze lucht.
Ik begin de smaak weer te pakken te krijgen, van het reizen zonder grip op tijd, of zelfs de route, zonder ergernis over bevuilde wc's of onbegripvolle conducteurs, maar met een gevoel voor het bizarre en oog voor detail.

DE TREIN UIT ISTANBUL
Een dag lang had de trein stilgestaan in Sofia, om met een uur of acht vertraging zijn weg te vervolgen naar Belgrado. Toen de trein in beweging kwam werd er geapplaudisseerd. Tegen het eind van de avond stond de halve trein op het gangpad met de whiskey van `the Irish guy' to proosten op 'the people of every country of the world', zoals de gepensioneerde Japanner het formuleerde. Mijn vader is zijn treinplanning aan het regelen bij de Zwister in de coupé met een Bloody Mary van een van de Zwitserse vrienden in de handen. Onze Fransman versiert de meisjes in de coupé naast ons en de Ier zelf zette liedje na liedje in met zijn Franse reisgenote. Iedereen was intussen de Turkse wagonbeambte, die al sinds Istanbul bij ons was, gaan waarderen. Ook hij was de dupe van de Bulgaarse onvoorspelbare ongeregeldheid, en zijn informatie, als die uit hem te krijgen was, was in elk geval betrouwbaar.
Onze overdreven Limburgse coupégenoot legde een verbazingwekkend accurate kennis van Europese geschiedenis en treinrompslomp aan de dag. Zijn voorspellingen van aankomst- en wachttijden waren meestal de meest betrouwbare.

Inmiddels zitten we weer met z'n tweeën in de trein naar Ljubljana en het lijkt alsof we de enigen zijn die het onszelf zo onmiddelijk op ons gemak voelen. Wij doen al dagen niets anders dan in treinen leven, maar onze medereizigers staan in openbare-gelegenheidsmodus. Ze bepreken alle interactie tot het broodnodige. Als ik hardop woorden opzoek in m'n tweedehands Turkse woordenboekje, zonder een woord Engels te gebruiken aangeschaft bij een kleine boekenstand aan de Aziatische kant van Istanbul, komt me dat op een paar rare blikken te staan.

SLOVENIË
Alle Slovenen zijn een beetje verlegen! Het lachje dat op hun gezicht verschijnt als je met ze praat is ergens tussen ondeugend en verlegen in. Heel schattig. Zelfs gestresste chagrijnige obers, stoere mannen te paard en wijze oude vrouwtjes krijgen geschrokken maar verwachtingsvolle twinkelingetjes in hun ogen zodra ze Engels horen, of Duits, of een van de andere talen die ze allemaal lijken te spreken. De ober van het campingrestaurant, begon in hilarische metaforen uit te leggen wat voor dag hij had gehad, ter verontschuldig voor zijn langzame bediening. Ik vroeg hem of 'my IQ is like my shoesize now' een Sloveens gezegde was, maar hij zei dat hij het zojuist had bedacht.
De man waarmee ik door de bergen gallopeerde vertelde helaas dat het makkelijk -25 wordt in winters Slovenië, dat is toch een hele domper als ik hier zou willen wonen. Misschien is het in de stad en aan de kust wat warmer.

zondag 31 mei 2009

Reizen

De tekst hieronder is alweer van een week geleden. Intussen zijn we doorgereisd naar Hue via Hoi An, de kleermakersstad aan het mooiste strand van Vietnam (op Phu Quoc na).Van Hue hebben we nog weinig gezien, maar we zijn wel naar de grens tussen het voormalige Noord- en Zuid-Vietnam geweest. Het slagveld dus. Daarover misschien later meer, eerst de eerste reisdagen:

Reizen! Eindelijk. Heel anders dan wonen in een land. Ons eerste reisdoel was Sai Gon (Ho Chi Minh City) en het contrast kon niet groter. In de backpackerswijk, waar we een klein guest house hadden uitgezocht, lopen alle nationaliteiten rond, behalve Vietnamezen. In Can Tho hebben we amper iemand van het Kaukasich ras ontmoet, laat staan een Afrikaan. In Sai Gon geen probleem. De Vietnamezen die je tegenkomt spreken Engels als geen ander en herkennen ons gebrabbel onmiddelijk als Nederlands. Als je er ook maar 1 Vietnamees woord uitgooit, zijn ze totaal van het stuk gebracht en beginnen ze hard te lachen. Maar voor een paar dollar hebben er wel een kamer met een warme douche (wordt je toch echt schoner van dan van koude douches). Kortom: Sai Gon is toeristisch!

Lang zijn we er niet gebleven. (Na een zijde broek te hebben laten maken voor 7 dollar, veel geld! (in vergelijking met Can Tho is alles duur)) hebben we de bus naar Da Lat genomen... en dat is prachtig. Een klein bergstadje (lekker koel) dat in de oorlog gespaard is gebleven en er dus nog uitziet als een Franse kolonie, maar dan bewoond door Vietnamezen met hun kegelvormige hoeden van bananenbladeren en drommen scooters. Het is er gemoedelijk. Als je er Vietnamees praat antwoorden ze gewoon. Samen met een Nederlands koppel en een Israelier hebben we er op scooters een paar dagen rondgetourd, naar watervallen, kabelbanen, borduurdorpjes, pagoda's en valleien. Samen met diezelfde mensen zitten we nu in een schattig familiehosteltje in Nha Trang, het beach-oord van Vietnam. Veel minder mooi, maar je kunt er wel snorkelen.

Helaas is het weer wederom veel regenachtiger en warmer dan elke reisgids je belooft (er is sowieso sprake van een wereldwijde klimaatverandering. Overal hetzelfde: Ghana, Noord en Zuid, Can Tho, Phu Quoc, regen, regen en regen, in de maanden dat er volgens de boekjes geen druppel zou vallen).

Vandaag hadden we dus een verwaterde boottrip, maar t leverde wel een totaal surreeele situatie op. Picture this: een blauwe zee, een paar tropische eilanden met daartussenin een felblauw-oranje boot waarop zich een verzameling Vietnamese, Nederlandse en Australische toeristen met een dronken reisleider bevindt (we hadden ons iets heel anders van de trip voorgesteld). Ze hebben met z'n allen net een uur stilgelegen aan een strand waar van hen verwacht werd een strandstoel te huren voor 20.000 dong (vonden wij belachelijk). Maar het regende. Toch bleef de boot liggen. Het regende de boot in en het dak begon langzaam te lekken. Paraplu's werden uitgeklapt, een Vietnamees meisje begon te huilen, de Nederlanders deden hun best een boek te lezen. Omdat de Nederlanders de dronken reisleider uiteindelijk daartoe hadden overgehaald, varen ze nu naar huis. Plotseling schalt uit hun speakers 'Angels', van Robby Williams. De hele boot zingt mee.

Morgen gaan de eeuwenoude Cham-torens en een Franse kathedraal bezoeken.
Ellen

P.S. Al die beloofde blogs over andere projecten schieten er even bijin. Iedereen die razend nieuwsgierig was geworden, moet er maar naar vragen als ik weer in Nederland ben.. Of skypen. Of gmailchatten.

Chamtorens zijn indrukwekkend en kathedralen vallen hier tegen. Hoi An is de mooiste stad van het land (lampionnetjes, gele gepleisterde huizen die perfect matchen bij de zonbeschenen modderrivier, met houten balkons in Franse, Chinese en en Japanse stijl. Geen auto's, geen scooters, zelfs geen fietsen in het centrum. En overal kleermakers. Ik heb een winterjas, een jurkje, een rokje en schoenen op maat laten maken, dat alles voor zo'n 50 euro).

De groeten uit Hue.

donderdag 14 mei 2009

Queen's Day in Viet Nam

Op 30 april wordt in Vietnam de dag van de hereniging van Noord en Zuid, en daarme de onafhankelijkheid van het Zuiden gevierd. Een overwinning van de communisten.


Van deze dag hebben we vorige week weinig gemerkt, tot de 's avonds het epicentrum van de feestelijkheden opzochten.


Op de grootste rotonde van de stad (vergelijkbaar met het Keizer-Karelplein in Nijmegen) was een groot podium gebouwd, en de halve stad stond - op scooters - aan een kant van plein verzameld. Toen ik aankwam was er een soort zangwedstrijd aan de gang, maar even later kwam er een presentatiectrice een dansgroep uit Sai Gon voorstellen ('Saigon' was het enige woord dat ik verstond).


Het was ontzettend... jonge mannen in groene legerkleding die euforisch ronddansen, zwaaiend met de vlag van Vietnam en de Hamer en Sikkel ('The Wave'-gabaren makend). Toen de mannen klaar waren kwamen de vrouwen in traditioneel Vietnamese kleding met plastic bloemen in formaties voorbij. Ergens halverwege verschenen er kleine meisjes in tututjes met portretten van Ho Chi Minh, afgedrukt op grote roze kartonnen lotusbloemen. Iedreen kwam nog een paar keer in andere kostuums voorbij gedanst en stond met trotse, brede smiles op hun gezicht te zingen.

Het geheel duurde wel drie kwartier en al die tijd heb ik met mond open staan kijken (echt waar, letterlijk). Natuurlijk heb ik dit soort dingen vaker op TV gezien, maar het meemaken is iets anders. Lachwekkend, maar ook unheimisch. Het deed me aan Lenie Riefenstahl denken. Zeker omdat ik weet hoezeer de mensen zwijgen. Over politiek, over de partij, over deze feestdag. Dat ze de politie geen vragen stellen, en sommigen ons op het hart hebben gedrukt bepaalde dingen niet aan bepaalde mensen te vertellen.


Na een half uur verandere de sfeer langzamerhand, de muziek werd minder dramatisch, moderner, en de dansen werden losser, het eindigde bijna is een soort gekuisde chacha, de tekst ging over Can Tho (ook waar het enige woord dat ik verstond..). Vietnam dat zich losrukt uit de communistische berperkingen.

Buiten deze avond heb ik weinig van het communisme gemekt in Vietnam. Van de politie merk je helemaal niets, behalve dat ze af en toe het verkeer regelen. De economie schijnt hier in het Zuiden dan ook zeer kapitalisch te zijn, vergeleken met het noorden. Er is absoluut persoonlijk bezit, de meeste mensen werken voor zichzelf. Van belasting is weinig te merken, kan me niet voorstellen dat die geheven wordt op alle afgepingelden contanten die wij de mensen betalen (bonnetjes alleen in de grote supermarkten).

Mijn Vietnamese lerares heeft ons tijdens ons laatste bezoek dinsdagavond wel toevertrouwd dat haar Christelijke stroming (naamloos, erg interessant, misschien later meer) niet door de regering wordt erkend, en daarom in het geheim beleden moet worden.


Ik weet niet wanneer ik weer blog, want over een paar dagen verlaat ik Can Tho! De hele week ben ik al afscheid aan het nemen.. soms moeilijk.


Liefs,

Ellen

woensdag 29 april 2009

Tieng Anh o Nhip Cau

Minimale paren, foneemcontrasten en -grenzen, determiners en agreement. Dat soort woorden zitten de hele tijd in m'n hoofd, maar ik kan ze niet gebruiken (tegen niemand, ik mis jullie, taalwetenschappers). Toch helpt mijn taalkundige kennis zeer bij het begrijpen van de fouten die Vietnamezen maken als ze Engels spreken, zeker nu mijn Vietnamees zich een eindje ontwikkeld heeft.


De fouten die ze maken zijn overigens hilarisch, een greep:

fack zrut = jack fruit (overigens een van de lekkerste fruitsoorten die ik ooit geproefd heb)

is belong to = belongs to

Do you like swimming? Yes I am.

How are you? 25!

So were not having a lesson tomorrow? Yes, we don't.


Een sms:

AM SORRY! YOUR FRIEND TIME COME TO ME GO TO SCHOOL HAVEN'T BEEN RETURNED. PORT MY EXCUSE TO YOUR FRIEND PRITHEE! SEE YOU!


Maar nu over Nhip Cau: een groep gehandicapten wiens handen gespaard zijn gebleven. Ze maken souvenirs van allerlei soort van kokosnootboom- en kokosnoothout (hieu, khong? begrijp je?): de oorbellen die ik nu heb, armbanden, ringen, sleutelhangers, eetstokjes, rijstlepels, maar ook kitsche beeldjes van palmbomen, varkentjes, draken en vechtende hanen.

Al twee jaar lang krijgen ze Engels, drie ochtenden in de week. In eerste instantie om de souvenirs aan touristen te kunen verkopen, maar nu gewoon voor de leuk, want een aantal spreken al veel meer Engels dan dat ze daar voor nodig hebben. Anderen begrijpen nog steeds geen woord van wat je zegt. We volgen een boek en werken daarnaast aan uitspraak, zingen liedjes en spelen spelletjes. Vooral bij de uitspraak komen al mijn lessen fonologie en transcriptie erg van pas, ze waren erg bij met de lijst minimale paren van voor Vietnamezen onbegrijpelijk foneemcontrasten waarmee we geoefend hebben. (Dingen als 'it'-'is', 'nice'-'night', 'put'-'foot', 'see'- 'she', 'toes'-'those', 'shoes'-' choose'. Je zult begrijpen dat het Engels van de gemiddelde Vietnamees in eerste instantie onverstaanbaar is.)



De gehandicapten zelf zijn heerlijk om mee te werken, vrolijk en leergierig. Een van hen is een goeie zanger die allerlei prijzen gewonnen heeft met z'n eigen liedje. Het is Zuid-Vietnamese muziekstijl uit de Mekongdelta, die vrij onbegrijpelijk is. Er wordt een andere toonladder gebruikt en de melodie wordt bovendien mede bepaald door de vereiste tonen in de woorden... voor even is het leuk, maar een hele avond ernaar luisteren is te veel van het goede (het is ons wel vaker overkomen, en nog steeds is het eigenlijk niet aan te horen. Zeker als er gezongen wordt door een vrouw).



Ze zijn tussen de 25 en de 60, en allemaal noemen ze je 'teacher', ook de gedistingeerde man van 57 die het voor elkaar krijgt z'n missende been niet op te laten merken (heb me een week afgevraagd waarom die man bij ons in de les zat). Het is waarschijnlijk niet eens uit beleefdheid, het is in het Vietnamees heel gewoon om iemand bij z'n functie aan te spreken, en er bestaat niet eens zoiets als 1e of 2e persoon, je praat altijd over jezelf en anderen in de 3e persoon. Ik ben dan ook veel interessante gebruiken van 'you' en 'me' tegen gekomen.


Nu ga ik deze post afronden, zodat ik snel weer aan een paar nieuwe kan beginnen.

Op komst zijn de volgenden:

-Koninginnedag in Vietnam (30 april is Independance Day, help, ik ben in een communistisch land!)

- Scooteren op 't bounty-eiland Phu Quoc (witte palmstranden en een masseur voor 3 euro per uur)

(en uiteraard:)

- Het weeshuis in de Buu-Tripagoda

- Het Charity Hospital of Traditional Medicine

- Charity Class in de the village

donderdag 16 april 2009

The City Orphanage (poging 2)

Bij deze het vervolg op het vorige premature bericht.

The City Orphange (staatsweeshuis van Can Tho), kortweg: 'de City';

Autistische kinderen, kinderen met syndroom van Down, blinde kinderen, dove kinderen, blinde en dove kinderen, dubbelle hazelippen en onbehandele waterhoofden, kinderen die niet kunnen lopen, eten of praten.
Als ik het zo opschrijf wordt er verdrietig van, maar als ik daar ben, en even vergeet wat voor leven andere kinderen hebben, kan ik erg van ze genieten.
Neem nou Lachebekje, een meisje van een jaar of zeven (formaat van een vijfjarige, zoals allemaal in groep 2, welke leeftijd dan ook, omdat ze weinig bewegen, vermoeden we). Ze ligt altijd op de tegelvloer,want ze kan niet staan, zitten of kruipen, vanwege wat spasmes en een enorm gebrek aan stimulatie.
Als je haar aankijkt verschijnt er een grote glimlach op haar gezicht, en kom je iets dichterbij dan begint ze enthausiast te spartelen, raak je haar dan aan, of til je jaar op, dan wordt de glimlach een schaterlach. Samen met Tijgertje (een van haar buren op de grond) kan ze enorm genieten van het gezicht van een stuiterde bal of get gevoel van haar voetjes op de grond, als je ze overeind houdt om een stukje spastisch te springen, soms zelfs stapjes te zetten.
Ze kunnen niet praten en ik vraag me altijd of dat komt door een geestelijke handicap of een gebrek aan taalaanbod, waarschijnlijk de combinatie.

Groep 1 is een tikje aggressieve groep, het zijn de oudere kinderen en een paar volwassenen, en ze zijn allemaal mobiel. De meesten kunnen lopen, de rest in elk geval kruipen. Ze eten zelf, maar praten kunnen er maar een paar. Het is er een chaos. Er zijn een paar types die het leuk vinden je vanachter te benaderen om je een duw te geven, maar 't is vaak niet kwaad bedoeld; het is een manier om een beetje van de schaarse aandacht te krijgen.. Een van de wat slimmere jongetjes -hij lijkt de Vietnamese verzorgers te kunnen begrijpen- is veel liever, maar net zo'n aandachttrekker als iedereen. Als hij de aandacht heeft van 1 vrijwilliger richt hij zich onmiddelijk op een ander, en krijgt vaak nog reactie ook, met z'n schattige hoofdje. We noemen 'm 'Jo', omdat dat 't enige is wat hij zegt, en heel vaak. Hij kan niet lopen, maar wel overgooien, en daar vraagt hij dan ook voordurend om (met een bal in zijn hand, roept hij 'Jo! Jo!' tot je je handen klaarhoudt om de bal te vangen. Dan houdt hij de bal voor z'n mond in geconcentreerde voorbereiding op de worp -'tuttututtuttut'-, maar bedenkt zich vaak en doet nog een poging iemand anders's aandacht te krijgen ('Jo! Jo!). Pas als dat niet werkt, gooit hij, welgemikt. )
Ik probeer altijd een paar anderen in ons spelletje te betrekken, en gister is me dat met 1 jongen eindelijk gelukt. Hij heeft een bal gevangen en weer naar mij teruggegooid! Uit zulke kleine dingen kan ik een enorme voldoening halen.
Bij en andere jongen lijkt het hopeloos, alles wat bij hem in de buurt komt, slaat hij grinnikend zo ver mogelijk van iedereen vandaan.


In deze groep zit ook een jongetje met epilepsie (gewoon 'Epilepsie' genoemd), en om een of andere reden zit hij onder de medicijnen die hem volledig versuffen. Hij zit of ligt altijd op de grond, hoewel hij kan lopen, en kijkt voortdurend met zijn wankelende hoofdje en een melancholicshe blik naar alles dat een beetje lawaai maakt. Hij heeft altijd honger en dorst, maar eet heel langzaam. Ik voer 'm vaak stukjes koek, maar ben algauw een kwartier met een koekje bezig. Jo wil me daarbij wel eens helpen, maar pakt t vaak net te grof aan, zeker nu hij z'n tand door z'n lip heeft gehad door een val bij een van z'n aanvallen.



Groep 3 en 4 zijn de kleine kinderen en de baby's. Alleen tussen de baby's zitten gezonde mensen, want die worden vaak binnen een paar jaar geadopteerd, of gaan naar school, waardoor we ze niet zien. Tussen de kleine kinderen zit een schat van een jongetje zonder geestelijke problemen, maar met een afschuwelijk vervormd gezicht, in mijn fotoalbum te vinden als 'Championnetje'. Ik kan hem allang niet meer zien als afschuwelijk vervormd, maar aan de reacties op blogs van anderen te zien, is zijn gezicht schokkend.
Hij is een jaar of 2 en vindt het heel erg grappig als ik hem nadoe. Ik heb hem nog nooit met een slecht humeur gezien, maar hij houdt er niet van als je foto's maakt, want hij weet heel goed hoe hij eruit ziet. Hij draait 't liefst z'n goede oog naar de camera. Z'n andere oog kan hij niet sluiten en het is permanent ontstoken, maar z'n goede oog glimlacht voor tien. Z'n neus is aan een kant plat, waardoor het neusgat heel groot is en je zo naar binnen kijkt. Een van z'n wenkbrouwen is onderbroken; het missende stukje zit een paar centimeter hoger. Zijn beste vriendinnetje is een meisje met syndroom van Down, dat de laatste tijd heel baldadig is, omdat haar beste vriendje vorige week geadopteerd is (mooi verhaal, lees de andere bloggen over 'Hamstertje' of 'Hangwang').

In de City maken we onze drie uur makkelijk vol, maar zijn daarna wel kapot.


Volgende keer: Nhip Cau, de gehandicapten en hun 'craftwork'.

De projecten 1: the City Orphanage

Al 7 weken weken woon ik in Can Tho, het voelt meer en meer als een thuis; ik zeg het elke week weer, dat ik me hier nog thuizer voel. Maar waar ik het vooral aan merk is de projecten. Ik heb er m'n draai gevonden; de kinderen in de weeshuizen kennen mij, en ik ken hen. Ik weet waar het Engels van de blinden, gehandicapten, kinderen en 'straatvrienden' van Rieta (die inmiddels weer naar huis is) vandaan komt, want ik spreek een woordje Vietnamees. Ik wil het dus (iets uitgebreider) met jullie delen!
Vandaag aflevering 1, het staatsweeshuis van Can Tho, 'the City Orphanage'.
Dit weeshuis

dinsdag 7 april 2009

Stukjes dagboek uit Ghana

Kippen
"Ik zit nu in de laatste zon van de dag, het is 10 voor 6 en het ruikt naar een franse zomeravond en DEET-spray. Een man in het guest house in Kintampo, waar ik nu ben, kwam net langs om te vertellen dat ze een kip gaan doodschieten. 'Just one' zei hij 'because the others will get scared and run away.' Hij kwam het me vertellen zodat ik niet bang zou zijn en me af zou vragen waarom er geschoten werd. Zijn zoon komt aangelopen met een groot geweer.
[...]
Jafani is niet gewend veel te eten, en vooral niet vaak. We zijn vanochtend om 4 uur vertrokken in Accra en om een uur of 10 kreeg ik m'n eerste eten. Gelukkig had ik in Casablanca al genoeg honger geleden (hoofdpijn!), het went. (Probeer maar eens 6 uur lang niks te eten nadat je opstaat! Het laatste dat we de dag ervoor gegeten hadden was om een uur of 6.)
[....]
Het is nu een kwartier later en ik heb nog geen schot gehoord; het gaat hier op z'n Ghanees"

Emmanuel Achampong
"Gisteravond zaten Jafani, ik, twee Duitse vrouwen, de arts van de stad en Emmanuel Achampong aan een plastic tafel in de tuin van ons guest house. Het was donker, iemand had een fles wijn geregeld, maar het guest house had geen opener. Vooral Emmanuel trekt zich het aan, en komt even later met een pak wijn tevoorschijn. Het is een grote, gespierde man met een enorme glimlach op zijn gezicht en desondanks een gangsterchtige uitstraling. Het is vaak moeilijk uit te maken of hij meent wat hij zegt, en meestal doe je er beter aan hem niet te snel te geloven.
Op de achtergrond, ergens op de hoek van de straat, buiten onze enclave van rust, hoor ik gezang, getrommel en gejuich en vraag aan niemand in het bijzonder waar het vandaan komt. Emmanuel antwoordt dat het kerkgangers zijn. Uit een andere richting komt een vergelijkbaar feestrumoer, en ik vraag wat dat dan is. 'Een andere kerk, dat zijn de Anglicanen, en zij de katholieken. Giechelend (hij giechelt veel, om z'n eigen grapjes en die van Jafani) voegt hij er aan toe dat God zich weinig aan zal trekken van al die godvererende over de hele wereld, iedereen die maar voordurend z'n aandacht trekt. Hij zegt nog iets over de saaie paus, ik weet niet meer wat. Maar hier maken ze er tenminste een feestje van, vindt hij.De volgende dag vraag ik Jafani wie die Emmanuel nou was. Hij is de priester die de Duitste vrouwen rondleidt. "

De kip
Een van de eerste plekken waar Jafani langs wil is het dorp van zijn moeder: Paga. Hij is er geboren en heeft er tot zijn 8e gewoond.We komen net van het ziekenhuis en verwar de auto naast die van Jafani staat met de zijne. Ik loop naar de linkerkant van zijn auto en Jafani neemt de gelegenheid met beide armen aan: hij staat erop dat ik rijd. Als we Paga binnenkomen is een er een voetbelwedstrijd tussen twee basisscholen aan de gang, het hele dorp is uitgelopen. We rijden er aan voorbij en nemen een zandweggetje richting de compound van Jafani's moeder.
Het is niet eenvoudig alle stompjes van net geoogste maisvelden te ontwijken (deze wegen zijn niet voor auto's bedoeld). Als ik onder een baobabboom parkeer -de kippen hupsen lui aan de kant-, komen er een paar verlegen maar nieuwsgierige kinderen uit de compound tevoorschijn. Ze volgen ons naar binnen. Onder een rieten dak op houten palen zit de oudste man die ooit gezien heb (Niemand in de wijde omgeving heeft hem gekend als zelfs maar 20-jarige. Hij moet een jaar of 110 zijn.) Als we verder naar binnen lopen staren een paar kinderen mij in opperste verbazing aan, de jongste barst in huilen uit en wordt door haar zus weggedragen.
Jafani's moeder is een oude vrouw met een uitstraling die je wel moet respecteren. Net als die van haar man, Jafani's stiefvader (zie foto's, met de jampotglazen en de versleten gele polo). De compound vorm de omheining van een 'veld' voor het vee. Er staat 1 koe me glazig aan te kijken, de anderen lopen door de omliggende velden. Alleen 's nachts worden ze opgesloten, omdat ze dan gestolen kunnen worden. Het valt op dat in het dorp de middelste generatie ontbreekt, er zijn alleen kinderen en bejaarden. Een van Jafani's zussen is de enige van rond de 30, maar zij woont hier niet permanent.
Ik kan -buiten mijn schaarse Kasem, waar zeer enthausiast op gereagerd wordt- met niemand praten, behalve Jafani. Er moet veel besproken worden en ik gebruik m'n tijd om wat meer van de fonologie van het Kasem te weten te komen.. Ze hebben het soms over mij, zie ik aan de blikken. Af en toe vertaalt Jafani wat, of vertelt hij iets over het leven in de compound of wat met het geld van de sponsorloop gedaan is. Bijvoorbeeld het aluminium dak van een van de huisjes: een van de weinigen die in het regenseizoen overeind is gebleven.
Als ik in m'n eentje een rondje door de compound maak, ontdek ik dat de meeste kinderen toch een paar woordjes Engels kennen. Ze willen me alles laten zien: de peperplantages, de mangoboom, vreemde distelachtige vruchten, kippen, geiten, koeien schapen, alles moet op de foto.
Als ik terug naar de auto loop vraagt het brutaalste jongetje om het flesje water dat ik zojuist heb leeggedronken, om water in mee naar school te kunnen nemen. Er liggen er nog meer in de auto en ik deel ze uit. 't zijn er niet genoeg en ik neem me voor ze voortaan op te sparen. Jafani komt ook uit de compound tevoorschijn met zijn stiefvader die ons nog even tegenhoudt en een van de grootste rondscharrelende kippen bij haar poten grijpt. Ze is voor mij. Als dank voor de giften uit Holland. Ik weet mij weinig raad met deze kip, maar neem 'm natuurlijk dankbaar aan(Dinle! Dinle!). De poten worden met een touwtje aan elkaar gebonden en ik wordt geacht het beest op haar kop aan mijn hand te laten bungelen. Ik heb de neiging de kip weer vrij te laten, maar Jafani vind t een belachelijk idee en zegt dat Agathe (mijn gastvrouw) wel weet wat ze ermee aan moet.

Meer kippen en een geit
Op onze tweede toch naar Paga en wandeling door Gia (het dorp waar Jafani vanaf z'n 8e woonde) krijg ik verder aangeboden:
- nog twee kippen
- 3 handen vol eieren
- een emmer vol tomaten
- een geit
Alleen het laatste heeft Jafani voor mij weten af te slaan. Ik heb de kippen, de eieren en de tomaten natuurlijk opgegeten in gedachte van iedereen die aan de sponsorloop heeft bijgedragen. Namens Paga en Gia: bedankt!

3000 jaar ontwikkeling in 2 generaties
Tijdens ons tweede bezoekje aan Paga, zei Jafani dat hij normaal nooit zo lang bij z'n moeder blijft hangen, omdat er weinig te zegen valt. De verhalen van zijn leven in de grote steden en Europa zal zij nooit begrijpen. Hij vertelde dat hij soms 'sprookjes' vertelt, voor de kinderen, zoals hij vroeger altijd deed (hij is altijd al een goede verteller geweest). Ik vraag hem of het vreemd is dat zijn moeder niets van zijn leven begrijpt. 'Ja', knikt hij en voegt geen grapje toe.